|
|
|
|
De industrie verdwijnt
|
 |
- de laatste staking in de steenindustrie
Welhaast als symbool van het einde van bedrijf en bedrijfstak vindt er op 11
augustus 1966 een staking plaats bij de Koebongerd. Het zal de laatste staking zijn
die plaats vindt in de steenindustrie te Wageningen. De altijd roerige steenindustrie
bevindt zich in zijn nadagen en het zal niet lang meer duren of ook de Koebongerd
zal definitief stil worden gelegd. Onbewust vooruitlopend op die definitieve stillegging
leggen de zes werknemers op die bewuste 11e augustus het werk stil. Lang zal de staking
niet duren. Het is een laatste spontane uitbarsting met als doel een loonsverhoging.
Met een goed gevoel voor drama had deze laatste staking een betere afloop verdiend.
Nu leggen de werknemers al na één dag het hoofd in de schoot; de staking
gaat verloren. Het loonzakje laat hetzelfde bedrag zien als de week daarvoor minus
die ene dag.
- de teloorgang van de steenovens
In de jaren zestig en zeventig ontstaat door een sterke mechanisatie van de baksteenindustrie
een forse overcapaciteit. Te kleine en verouderde bedrijven moeten één
voor één het veld ruimen. De steenfabrieken te Wageningen behoren allen
tot de groep kleine en middelgrote bedrijven. In die zin komt het Uiterwaardenplan
van de gemeente voor de bedrijven, gelegen in de Bovenste Polder, als geroepen. Nog
voordat ze zelf om economische redenen het loodje leggen worden ze uitgekocht. Binnen
de grenzen van het plan bevinden zich drie steenovens: De Hoge Waard, De Bovenste
Polder en De Koebongerd. De laatste sluit, nadat de gemeente de gronden heeft gekocht,
in 1967. De schoorsteen wordt een jaar later opgeblazen en de sloop van het complex
volgt in 1970. De Hoge Waard ondergaat hetzelfde lot. Eveneens in 1970 valt het onder
de slopershamer. Alleen de dienstwoning van de steenbaas herinnert nu nog aan dit
bedrijf. De Bovenste Polder wordt van de ondergang gered. In 1969 wanneer sloop van
de drie bedrijven aan de orde is pleit wethouder J.B.M. Hoefsloot voor behoud van
het bedrijf als monument.
De Bovenste Polder vertoont, na zo'n twintig jaar buitenbedrijf te zijn, ernstig
verval. De tot stand gekomen Vereniging tot Behoud van de Bovenste Polder voorkomt
het verlenen van een sloopvergunning en slaagt erin het verval te stoppen. Met behulp
van veel vrijwilligers wordt het gebouw 'wind en waterdicht' gemaakt. Het plan tot
restauratie heeft succes. Met behulp van overheidssubsidies is het bedrijf gerestaureerd
en wordt nu op eigentijdse wijze hergebruikt.1
De steenovens in de Benedenste Polder gaan geheel op eigen kracht ten onder. De steenfabriek
de Blauwe Kamer is in 1975 om economische redenen gesloten. De ringoven is bewaard
gebleven evenals de getopte schoorsteen. De fabriek ontleent zijn naam aan die van
de uiterwaard die haar naam weer ontleende aan een hofstede, die daar stond in de
zeventiende eeuw en was opgetrokken uit een blauwige steen. De uiterwaard is nu in
beheer bij Het Utrechts Landschap en omgetoverd tot een rivieroeverreservaat.2
De Plasserwaard weet haar bestaan ondanks rationalisatie van en concentratie in de
branche nog tot 1980 te rekken en is daarmee de laatst werkende steenfabriek in Wageningen.
Na sluiting van het bedrijf wordt getracht er een steenbakkerijmuseum in te vestigen.
Maar exploitatie van een museum blijkt niet haalbaar. Een groepje enthousiastelingen
verenigt zich in een Maatschap van eigenaren van de voormalige steenfabriek De Plasserwaard.
In 1987 slagen ze er in het complex aan te kopen. De Plasserwaard is nu een van de
best bewaard gebleven steenovens in Gelderland.3
- SchimmelpenninckÖ, ha fijn die kende ik
Na het faillissement van de looierij van Roes aan de Stationstraat wordt het
pand betrokken door de sigarenfabriek Schimmelpenninck van de gebroeders van Schuppen.
Tot 1977 blijft het bedrijf in het vier etages hoge gebouw sigaren produceren. Schimmelpeninck
is de grootste van de vele sigarenfabrieken- en fabriekjes die in Wageningen actief
zijn geweest. In 1939 is er sprake van een topjaar waarin de 700 werknemers 32 miljoen
sigaren maken.4
Door de Tweede Wereldoorlog stagneert de import van tabak. De productie van sigaren
wordt hoe langer hoe kleiner. De fabricage met uiteindelijk worden gestopt. Doordat
in 1944-1945 Wageningen frontstad is raakt het fabrieksgebouw zwaar beschadigd. Bovendien
zijn de machines, voorzover ze niet zijn gestolen, vernield of verroest. Na de bevrijding
moet alles wat noodzakelijk is voor het functioneren van een sigarenfabriek opnieuw
worden aangeschaft. De wederopbouw van het bedrijf komt tot stand, maar de hoogtijdagen
van de sigaar zijn voorbij. Zware accijnsheffing op sigaren vraagt zijn tol. Worden
er voor de Tweede Wereldoorlog nog 120 miljoen sigaren per maand geconsumeerd, in
de eerste jaren na de oorlog zijn dat er niet meer dan 45 miljoen. Zijn er in 1947
nog bijna 500 mensen in dienst bij het bedrijf, drie jaar later is dat al vermindert
tot 360. Lagere productie enerzijds en mechanisatie anderzijds veroorzaken de vermindering
van arbeidsplaatsen. Als in 1952 de accijns wordt verlaagd leeft de consumptie op
naar 90 miljoen sigaren per maand. Door verschillende omstandigheden, o.a. grotere
export en publicaties over gezondheidsrisico's van sigaretten, kan het bedrijf weer
groeien. Voor investeringen moet vreemd kapitaal worden aangetrokken. Vanaf 1 januari
1963 neemt de Engelse sigarettenfabrikant Carreras Ltd een 50% belang in Schimmelpennick.
Om de groei aan te kunnen zijn in 1960 de panden van de voormalige sigarenfabriek
Victor Hugo gekocht. De firma Baars produceerde hier voor de Tweede Wereldoorlog
sigaren in het zogenoemde pand 'Vrede'. In september 1944 gaat het pand in vlammen
op, maar na beëindiging van de oorlog wordt op dezelfde plaats een nieuw pand
opgetrokken. Een aantal jaren na de oorlog kan het bedrijf het niet meer bolwerken
en wordt de productie gestaakt. Veel sigarenmakers die voor Baars werken, treden
in dienst bij Schimmelpenninck. In 1964 wordt het pakhuis 'America' gekocht. In 1967
en 1968 komen er vestigingen in Lichtenvoorde en Kerkdriel. In 1969 wordt van Drukkerij
Vada in de Nude een stuk grond met woonhuis gekocht om er een nieuw te bouwen bedrijf
op te vestigen.
Vanaf eind jaren zestig gaat het bergafwaarts met de productie van sigaren. De sigaar
raakt bij de consument langzaam maar zeker uit de gratie en de sigarenindustrie reageert
daar te traag op met nieuwe, vooral lichtere, producten als 'sprietjes' en 'wilde
havanna'. Om de kostprijs in de hand te houden wordt er stevig gemechaniseerd. Aan
het eind van de jaren zestig is het handmatig maken van sigaren zo goed als verleden
tijd.
In 1972 worden ook de resterende 50% aandelen door het Carreras-Rothman concern overgenomen.
De multinational geeft in 1974 de opdracht aan Schimmelpenninck om te bezuinigen.
De productie wordt gecentraliseerd in Wageningen. Kerkdriel en Lichtenvoorde worden
gesloten. Met de bonden wordt een sociaal plan overeengekomen. Het personeel in Lichtenvoorde
voelt er niets voor om naar Wageningen te gaan, die uit Kerkdriel willen wel pendelen.5
- de Nude en het einde
In 1976 verhuist Schimmelpenninck naar de Nude, de centralisatie van de productie
is daarmee voltooid. Er zijn nu nog 344 mensen in dienst. Het pand aan de Stationsstraat
wordt verkocht aan de gemeente die het in 1977 laat slopen. Ondanks alle inspanningen
blijft het bedrijf verliesgevend. Om toch uit de rode cijfers te komen volgt de ene
reorganisatie de andere op. Stukje bij beetje verdwijnen delen van de productie naar
het zusterbedrijf Tabacofina in België. Eind 1984 geeft Rothmans International
de opdracht: "een proces in werking te stellen om het totaal van Schimmelpenninck
te integreren in andere onderdelen van het concern." Het is verhullend taalgebruik
voor 'sluit de tent'. Directie en personeel willen van sluiting niets weten. De ondernemingsraad
en de bonden - Industriebonden van FNV en CNV en de Voedingsbond FNV - vormen één
front tegen Rothmans. Het adviesbureau AEF en de GOM (Gelderse Ontwikkelingsmaatschappij)
worden ingeschakeld voor het opstellen van een overlevingsplan. Er komt een plan
op tafel dat redelijke kansen biedt, al moet er wel wat veranderen in het commerciële
beleid, het management en de personele omvang. Wageningen maakt nu breed front. Provinciale
Staten, de commissaris van de Koningin in Gelderland, de gemeente Wageningen en de
Wageningse kerken stellen zich allen op achter het reddingsplan van OR, bonden en
directie. Rothmans besluit het bedrijf twee jaar de kans te geven om weer een goed
lopend bedrijf te worden. Alle plannen en aanpassingen betekenen wel dat er nog maar
128 werknemers bij Schimmelpenninck werken. Na afloop van de gestelde termijn, er
werken nu nog circa 100 mensen, is Rothmans niet tevreden. De directie moet een reorganisatieplan
opstellen. Resultaat van het plan is enige tonnen investering door Rothmans en een
nieuw verlies van 40 arbeidsplaatsen. Het bedrijf brokkelt verder af. Er verdwijnen
telkens delen van de productie naar België. In 1996 is er opnieuw een reorganisatie.
Het is het einde van de productie van de sigaar in Wageningen en het personeelsbestand
krimpt opnieuw in. Er werken nu nog 23 mensen bij het bedrijf. In 2000 is het afgelopen.
De laatste activiteiten worden overgebracht nar België, samen met een deel van
de nog resterende machines. De rest van de apparatuur wordt verkocht en het gebouw
wordt overgenomen door de gemeente die er een bedrijfsverzamelgebouw van wil maken.
Aan de rijke historie die Wageningen heeft met de tabak is een einde gekomen.6
Nog steeds spreekt 'de Schimmelpenninck' tot de verbeelding in Wageningen. Velen
hebben er gewerkt en als je er zelf niet werkte dan heb je wel familie of bekenden
die er hun brood verdienden. Henk Blankenstijn: (zijn vader werkte bij de Schimmelpenninck)
"Die geur van sigaren heb ik nog steeds in mijn geheugen zitten, ook als ik
nu nog door de Stationsstraat kom heb ik het gevoel dat ik die typische tabaksgeur
ruik. Dat zal bij meer Wageningers het geval zijn, denk ik. Iedere werknemer van
Schimmelpenninck kreeg op vrijdagmiddag tien sigaren mee naar huis. Ik weet dat mensen
die niet rookten vaak een vaste afnemer hadden voor een schappelijk prijsje. De personeelsreisjes
waren toen een spektakel waar je weken naar uitkeek, veel mensen kwamen anders nooit
de stad uit. Een dagje naar de Keukenhof of ijsrevue was een belevenis. Wie ging
er nou op vakantie?"7
- veel grafici in Wageningen
De grafische industrie in Wageningen is van belang. Twee drukkerijen, de N.V.
Drukkerij Vada (Zomer en Keuning's Uitgeversmaatschappij) gespecialiseerd in periodieken
en het Grafisch Bedrijf en Uitgeverij H. Veenman en Zonen N.V. behoren tot de grootste
in Nederland. Beide bedrijven leiden grote oorlogsschade. Vada wordt zowel in 1940
als in 1945 verwoest. Veenman gaat in 1940 in vlammen op en het nieuwe bedrijf wordt
in 1945 leeggeplunderd. Na 1945 weten de bedrijven zich spoedig te herstellen. De
drukkerijen Ponsen en Looijen en Gebrs. Verweij geven samen De Veluwepost
uit.8 Het grote belang die de grafische industrie inneemt in Wageningen
mag blijken uit het aantal leden die de grafische bonden hebben in Wageningen. De
Algemene Nederlandse Grafische Bond (ANGB) is de grootste met 380 leden. De Nederlandse
Christelijke Grafische Bond (NCGB) telt 360 leden en de Nederlandse Katholieke Grafische
Bond (NKGB) is de kleinste met 120 leden. Het gezamenlijke ledencijfer van 860 zegt
tevens iets, door het verplichte lidmaatschap, over de omvang van de werkgelegenheid
in de grafische industrie in Wageningen.
- oliecrisis
De eerste serieuze rimpeling in de naoorlogse economische vijver is de energiecrisis
in 1973. De verhouding is het middenoosten levert de zoveelste internationale politieke
crisis op en Nederland krijgt, vanwege de mening in Arabische kring dat we Israël
supporters zijn, een olieboycot aan zijn broek. De prijs van olie verdubbelt en plotseling
is er sprake van schaarste. De minister-president van PvdA-huizen Joop den Uyl spreekt
als zijn mening uit "dat het nooit meer zo wordt als dat het was" en kondigt
een autoloze zondag af plus een maximum snelheid van honderd kilometer. We krijgen
benzinedistributiebonnen en een machtigingswet. Deze wet is een soort 'afkoelingsperiode',
een wachttijd van drie maanden waarbinnen geen arbeidsvoorwaardelijke verbeteringen
mogen worden ingevoerd. De illusie van volledige werkgelegenheid, de hoeksteen van
het naoorlogse sociaal-economisch beleid, gaat verloren. De eerste grote bedrijfssluitingen
en reorganisaties kondigen zich aan. De economische crisis gaat de grafische wereld
niet voorbij. Drukkerij Cunera in Rhenen gaat failliet en bij Vada worden de afdelingen
boekdruk en offset afgebouwd. Ponsen en Looyen schakelt over op fotografisch zetten
met als doel het toeleveringsbedrijf te worden binnen het Wegener concern.9
Ook in de jaren daarna zijn er regelmatig reorganisaties en inkrimpingen, waarbij
het voortbestaan van het bedrijf in het geding is.10 Het sociaalplan dat
in 1976 door de grafische bonden met Vada wordt afgesloten legt de nadruk op financiële
regelingen voor oudere werknemers. Het is het jaar van de acties voor het behoud
van de prijscompensatie. Op ongekend brede schaal wordt er in bedrijven in het gehele
land acties gevoerd. Opmerkelijk is dat de grafische industrie, waar het al decennia
lang rustig is aan het arbeidsvoorwaardenfront, de spits afbijt. De acties hebben
succes en de automatische prijscompensatie blijft behouden.
- uitgedrukt
In 1978 bestaat drukkerij Veenman 75 jaar, ze heeft daarmee de langste tijd in Wageningen
gehad. In 1987 verhuist het bedrijf naar Ede. Er bestaat onder de werknemers in Wageningen
nog steeds het zeer beladen gevoel, dat er van de zijde van de gemeente te weinig
is gedaan om het bedrijf voor Wageningen te behouden. Met het vertrek van Veenman
neemt de eenzijdigheid in opbouw aan werkgelegenheid alleen nog maar verder toe is
de redenering. Inmiddels zal de vreugde over de werkgelegenheid in Ede ook wel zijn
verdwenen want in 2003 gaat Veenman failliet.
De technische ontwikkeling in het grafisch bedrijf eist zijn tol. In 1983 wordt bij
Vada een nieuwe diepdrukrotatiepers aangeschaft. Deze pers kan meer aan dan de oude
persen waardoor het aantal persen teruggebracht kan worden van vier naar drie. Daarnaast
worden er nog andere diepte investeringen gedaan. Gevolg is een organisatorische
aanpassing van het bedrijf, waardoor in 1983 het aantal arbeidsplaatsen met 62 vermindert
en in 1984 nog eens 20 arbeidsplaatsen zullen worden geschrapt. Een nieuw sociaalplan
wordt tussen bonden en onderneming overeengekomen. Het is waarschijnlijk het begin
van het einde, want in 1985 komt naar boven dat de reorganisatie onvoldoende is geweest
en er opnieuw organisatie aanpassingen moeten plaatsvinden. Vada heeft medio 1985
nog 421 mensen in dienst. Kluwer, de eigenaar van Vada, laat blijken dat ze van Vada
af wil en zet het bedrijf in de etalage. Maar een tweetal overname kandidaten zien
van de koop af vanwege de negatieve ontwikkeling in de diepdrukmarkt. De strijd voor
het behoud van het bedrijf komt daarmee opgang. Een brancheverkenning wijst uit dat
er in de branche een forse overcapaciteit bestaat. Veel van de bedrijven hebben door
in nieuwe persen te investeren nu last van onderbezetting. Vada kent een verlies
van 2,6 miljoen gulden in 1984 en de verwachting is, dat dat op zal lopen tot meer
dan 5 miljoen in 1985. McKinsey, dat in opdracht van de OR van Vada onderzoek doet
naar de toekomstkansen van het bedrijf, adviseert een afslanking en door te gaan
met twee persen. De directie van Kluwer ziet echter niets in dit plan en meent dat
het beter is het bedrijf te sluiten. De OR van Vada schakelt de Gelderse Ontwikkelingsmaatschappij
(GOM) in om het zogenoemde '2-persen model' te toetsen op financiële en bedrijfseconomische
haalbaarheid. Intussen werkt Kluwer door aan een tweetal alternatieven: het 2 persen-model
of de verkoop aan VNU in Deventer van de nieuwste diepdrukpers met overname van het
bedienend personeel en in Wageningen voortzetting van de afwerking en voorbereiding.
Het eerste alternatief betekent verlies van 130 arbeidsplaatsen het tweede alternatief
een verlies van circa 200 arbeidsplaatsen. Eind oktober worden beide alternatieven
voorgelegd aan personeel en bonden. De vraag lijkt verdacht veel op de keus tussen
hangen of wurgen. Enige dagen later komt de GOM met haar advies en die komt onomwonden
tot het oordeel dat het 2-persenmodel weliswaar op korte termijn overlevingskansen
biedt, maar geen waarborg is voor een rendabele exploitatie op langere termijn. Het
wordt dus wurgen. De bonden komen tot de conclusie, dat verzet tegen de zogenoemde
'VNU-optie' weinig zin heeft, omdat het alternatief onvoldoende kans op succes heeft.
Beter is te gaan onderhandelen over een goed sociaalplan om de werknemers daarmee
een zo groot mogelijke zekerheid te bieden. De onderhandeling over het sociaalplan
is intensief. De finale onderhandeling op 13 december 1985 neemt meer dan tien uur
in beslag. Leden van de ondernemingsraad zijn beschikbaar voor voortdurende achterban
raadpleging ten behoeve van de bondsonderhandelaars. Ondanks de directe betrokkenheid
van de OR en hun beoordeling dat het onderhandelingsresultaat tegenover de leden
verdedigbaar is, komt er toch tweespalt vanwege een tweeslachtige houding bij de
leiding van het bedrijf. De Kluwer directie heeft in de onderhandelingen uitdrukkelijk
gesteld niet verder meer te gaan ten aanzien van de materiele afspraken. De directeur
van Vada laat aan OR leden weten dat er best nog te praten is over materiele verbeteringen.
Het vertrouwen tussen bond en OR staat daarmee onmiddellijk op scherp. De afloop
wordt er echter niet anders door. De stemuitslag over het sociaalplan is 192 voor
en 42 tegen. De ondergang van Vada is nu alleen nog maar een kwestie van tijd.11 |
| |
- C.D. Gast, Van kloostermop tot
straatklinker: een beknopt overzicht van de baksteennijverheid in Wageningen (Wageningen
1996) p. 27-28
- N. Meijdam, De Blauwe Kamer voorbeeldgebied
Noordoever Nederrijn (folder 20015)
- C.D. Gast, Van kloostermop tot
straatklinker: een beknopt overzicht van de baksteennijverheid in Wageningen (Wageningen
1996) p. 33-34
- L. Klep, Adres Wageningen. De
geschiedenis van wageningen in 37 verhalen. (Wageningen 1992) p. 49
- A. Rietveld, SchimmelpenninckÖ
fijnÖ die ken ik! De Wageningse jaren 1924-2001 (Wageningen 2001) p. 3-10
- A. Rietveld, SchimmelpenninckÖ
fijnÖ die ken ik! De Wageningse jaren 1924-2001 (Wageningen 2001) p. 3-10
- W. Straatman, E. Wijnacker, Blankestijn,
wethouder (Wageningen 2002)
- J.M. Fuchs en G. Fiege, Wageningen
700 jaar stad (Wageningen 1963) p. 65-66
- Archief Nederlandse Katholieke
Grafische Bond afdeling Wageningen. Notulenboek 1958-1975
- Archief SDAP/PvdA in: GA Wageningen.
Ingekomen stukken 1970-1975. Brief van 19-4-1975 van de ANGB-Wageningen aan de PvdA-Wageningen.
- Archief Druk en Papier, afdeling
Wageningen. Dossier Vada 1981-1986
|
| |
| De tekst van De industrie verdwijnt
kunt u downloaden als industrieverdwijnt.doc of industrieverdwijnt.pdf |
| |
|
|
|
|