|
|
|
|
De crisisjaren
|
 |
- de winter van 1929
De winter van 1929 is legendarisch ook al zette hij laat in. Eerst half januari
begint het ligt te vriezen en echt koud wordt het pas vanaf 10 februari, maar dan
is het ook 'Siberisch koud'. De KNMI meet in de periode tussen 10 tot 20 februari
gemiddeld een temperatuur van -18o. In Duitsland vriest het al langer
en dat zorgt er voor dat er al op 2 februari drijfijs op de Rijn wordt waargenomen.
Het drijfijs neemt zo snel toe dat de gierpont er spoedig last van krijgt en nog
diezelfde avond uit de vaart moet worden genomen. Voetgangers kunnen uitsluitend
nog worden overgezet met het motorveer, maar niet zonder risico. Op 12 februari zit
de Rijn helemaal vast. De op en over elkaar geschoven schotsen vormen een ijslaag
van wel 50 centimeter. De veerlui die natuurlijk zijn 'uitgevroren' maken zich verdienstelijk
door een pad over de rivier uit te zetten met boomtakken en de meest ongelijke stukken
op het ijspad glad te hakken. Dunne stukken worden bevloeid om een dikkere ijslaag
te krijgen. Voor een veilige overtocht wordt het pad stroef gemaakt met zand. Zelfs
auto's maken gedurende enige dagen gebruik van het 'veerpad'. Op 19 februari begint
het ijs aan de Wageningse oever af te brokkelen. De papierfabriek te Renkum, loost
water op de rivier met een temperatuur van ver boven het vriespunt en dat zorgt er
voor, samen met chemische verontreiniging, dat het ijs wordt aangetast. Aan de ijspret
komt nu een einde, maar aan de overlast eerst op 13 maart. De strenge winter heeft
uiteraard zijn invloed op het sociale en economische leven in de stad. De lonen zijn
laag en veel werknemers zijn werkloos. Het armenwezen moet in deze strenge winter
meer ondersteuning bieden aan behoeftige gezinnen dan in andere winters. Er zijn
meer werknemers die in de werkverschaffing terecht komen dan ooit tevoren. Van gemeentewege
is de steun É12 per week. Grote gezinnen krijgen vanaf het vijfde kind een toeslag
van É0,75 per kind. De bedeling voorziet per gezin ook nog in een bon voor een mud
cokes, een bon voor 1,6 kg bruin en witbrood en een bon voor koffie, thee, erwten,
rijst en een pakje margarine. De gasfabriek levert de cokes, maar er is niet voldoende
voorraad voor een ieder die geduldig in de rij op zijn of haar beurt wacht. Op is
pech gehad en de volgende dag opnieuw in de rij staan. Is de cokes op dan moet er
turf worden gestookt, die in de stad een bijzondere geur achterlaat.1
De strenge winter staat aan de vooravond van de economische crisis die Europa zal
teisteren en werpt als het ware zijn schaduwen vooruit.
- Lombok
De behoefte aan goede en betaalbare woningen is eind jaren twintig van de twintigste
eeuw nog steeds aanwezig. Deels komt dat door de groeiende bevolking, maar ook door
de sloop van krotwoningen in de binnenstad, de Mennonietenbuurt en aan de Tramweg.
Het gemeentebestuur bereidt een aantal uitbreidingsplannen voor en koopt begin 1927
de nodige grond in de buurt van het Sportpark. Om de huizen betaalbaar te houden
is het uitgangspunt dat de bouwkosten zou laag mogelijk moeten blijven. De nieuwe
bewoners zijn werklieden die tot de armste van de armste behoren en maar weinig huur
kunnen betalen. Opdracht wordt gegeven om 26 woningen zonder schuurtje, aangezien
hier geen Rijkssubsidie voor is, te ontwerpen. Eind 1928 zijn de woningen klaar en
de nieuwe huurders, voornamelijk uit te slopen krotwoningen, kunnen hun nieuwe woning
betrekken. Hent van Dam, een CPN raadslid noemt de huizen spottend: "schaapskooien".
Van Dam is erg betrokken bij de buurt en pleegt deze regelmatig te bezoeken om met
de bewoners over politiek te praten. De huur bedraagt f 2,50 per week, die
wat later in overleg met de bewoners met f 0,25 wordt verhoogd ten behoeve
van het genot van een schuurtje. De gemeenteraad is achteraf van mening dat het toch
beter is om schuurtjes bij de huizen te laten bouwen. Anders zullen de bewoners,
zo wordt gevreesd, wel op eigen houtje allerlei optrekjes bij hun huis neerzetten
voor opslag van brandstof of voor het houden van varkens.2
In 1929 en 1930 worden er nog 32 woningen bijgebouwd. En deel daarvan is bestemd
voor grote gezinnen. In 1930 wordt de grond van het Sportpark aangekocht. Op een
deel van deze grond worden 23 woningen gebouwd ook voor grote gezinnen. Het bouwplan
wordt uitgevoerd in het kader van de werkloosheidsbestrijding. De wijk die later
officieel Tuindorp zal worden genoemd, heet in de volksmond: Lombok. Naar verluidt
is deze naam te danken aan een vrouw van een 'oud-koloniaal' die gevochten heeft
in Lombok en Atjeh. Zij placht te zeggen als er weer eens een vechtpartij plaats
vindt in de wijk: "het lijkt hier wel Lombok en Atjeh."
Lombok is een typische werkliedenbuurt. Naast enige kleine neringdoende wonen er
in 1930 onder meer: acht werklieden van de Enka, negen werklieden in de sigarenindustrie,
vier werklieden van de steenfabrieken en elf losse arbeidskrachten. In de crisisjaren
moeten nogal wat werklieden, vanwege werkloosheid, een beroep doen op het Algemeen
burgerlijk armbestuur. Het loket op het gemeentehuis is van gaas voorzien en staat
onder politie toezicht. Waarschijnlijk is dat niet vanwege de dankbetuigingen. De
gezinnen woonachtig in Lombok hebben doorgaans een rijke kinderschare. Tien, elf,
twaalf kinderen zijn geen uitzondering. Zelfs als je werk hebt is met zo'n groot
gezin moeilijk om rond te komen. Zonder werk en in de steun is het louter armoe leiden.
- steuntrekken
Als op donderdag 29 oktober 1929 op Wall Street de beurzen instorten vangt een
wereldomvattende economische crisis aan die we nu nog huiverend aanduiden met 'de
crisisjaren'. Banken, ondernemingen en particulieren gaan van de ene op de andere
dag failliet. Bij duizenden werknemers slaat het noodlot van werkloosheid toe tengevolge
van inkrimping van productie en sluiting van bedrijven. In Nederland stijgt het aantal
werklozen van 50.000 in 1929 tot 500.000 in 1935.
De steunregeling die de raad van de gemeente Wageningen vaststelt op 9 december 1929
kent een uitkering uitsluitend aan kostwinners beneden de 65 jaar van É12 per week,
vermeerderd met É1 voor elk inwonend kind tot een maximum van vier kinderen. Voor
elk kind boven de vier wordt É0,50 per week uitgekeerd. Indien het huis waar men
in woont meer dan É4,50 huur kost bestaat er nog een huurtoeslag van É1 per week.
De werkloosheidsuitkering bedraagt ongeveer de helft van het loon van een ongeschoolde
werkman. Om voor steun in aanmerking te komen moet je minstens negen maanden hebben
gewerkt en tengevolge van de economische crisis werkloos zijn geworden. Elke week
moet de werkloze naar de arbeidsbeurs om zijn kaart af te laten stempelen. Het stempelen
is ter controle of er niet zwart wat wordt bijgeklust. Kennelijk is er bij de centrale
overheid weinig vertrouwen in de eerlijkheid van de werknemers, want in 1932 wordt
de plicht tot 'stempelen' opgevoerd tot één of meerdere keren per dag.
In Wageningen moeten de werklozen zich melden "eenmaal in de voormiddag en eenmaal
in de namiddag van elke werkdag". Op zaterdag is men wat coulanter want dan
hoeft de werkloze werknemer 'slechts' eenmaal in de rij te staan voor zijn stempel.3
- werkverschaffing
In het midden van de jaren dertig van de twintigste eeuw is de werkloosheid ook
in Wageningen hoog gestegen en daar waar de nood hoog is, lijkt de werkverschaffing
nabij. Werkloze werknemers worden ingeschakeld bij de kanalisatie van de Schipbeek
evenals bij de aanleg van de Stadsgracht. Op grond van het Rijkswegenplan wordt aan
de provincies gevraagd wegenplannen in te dienen die op het rijksplan aansluiten.
Wageningen wordt in het provinciaal plan opgenomen met het oog op de nog aan te leggen
rijksweg Rotterdam-Nijmegen. Via het Lexkesveer krijgt de stad aansluiting op deze
hoofdader. Wageningen zelf moet dan worden ontsloten via de Holleweg en de Diedenweg
richting Veluwe. Het plan is voor de gemeente zeer aantrekkelijk aangezien de subsidie
op de werkverschaffing 90% bedraagt. De totale kosten van het plan bedraagt É125.000.
Het is echter buiten de waard, of beter gezegd buiten de natuurbeschermers, gerekend
want het 'misbruiken' van de Holleweg is bij hen tegen het zere been. De Holleweg
is van zeer hoge cultuur en natuurhistorische waarde en tegen het plan om deze weg
ten prooi te laten vallen aan het moderne snelverkeer protesteren organisaties van
naam als het VVV, KNAC, ANWB en Natuurmonumenten. Onder grote druk wordt het plan
om een weg aan te leggen ten koste van de Holleweg losgelaten en wordt een alternatief
bedacht via de Westerberg. Op 15 mei 1939 kan de Westerbergweg feestelijk worden
geopend. De aanleg van de weg heeft zo'n 85 manjaar aan werk opgeleverd.4
- crisis en loonsverlaging in de bouw
In 1931 is de eerste opdracht van O. Tiemessen's Aannemingsbedrijf te Wageningen
de verbouwing van Café de Klok in de Boterstraat. Het op 1 juni van dat jaar
gestarte aannemingsbedrijf is gevestigd aan de Harnjesweg. Geleidelijk aan worden
ook grotere projecten aangepakt, zoals de verbouwing van hotel De Wereld en in 1932
de bouw van Ouwehands Dierenpark te Rhenen, In 1934 verhuist het bedrijf naar de
Heerenstraat. Het nog jonge aannemingsbedrijf komt met vallen en opstaan door de
crisisjaren heen.5
De talloze werknemers die als gevolg van de economische crisis zonder werk raken
komen ten laste van de werklozenkassen die al snel uitgeput raken. De werklozen moeten
daarna een beroep doen op de steun. De regering ondersteunt de werklozenkassen van
bedrijfstakken, waarvan zij meent dat er sprake is van crisiswerkloosheid. Volgens
hen is daar geen sprake van in de bouw. De werkloosheid in de bouw wordt geweten
aan misstanden in het bedrijf en aan de hoge lonen. Op 1 juli 1932 is de werkloosheidskas
van de bouw leeg en moet worden stopgezet. Onder druk van de overheid, indien er
loonsverlaging wordt overeengekomen is deze bereidt ook de werkloosheidskas in de
bouw te ondersteunen, wordt een loonsverlaging geaccepteerd van zeven tot tien procent.
In de jaren 1934-1936 moet nog enige malen een loonsverlaging worden geslikt. Hoewel
er sprake is van centraal loonoverleg in de bouw betekent dat niet automatisch dat
overal gehoor wordt gegeven aan de afspraken. Plaatselijk en regionaal bestaan er
vele patroonsverenigingen die hun eigen weg gaan en zich vooral geen 'dictaat' laten
stellen door de landelijke werkgeversorganisaties. Gedurende de crisisjaren komen
er los van het landelijk overleg nog tal van conflicten voor waarin werknemers zich
teweerstellen tegen loonsverlagingen.
Op 15 maart 1935 gaan de bouwvakarbeiders in Wageningen in staking. Het betreft 47
werknemers die bij twaalf verschillende bouwbedrijven in dienst zijn. Vier dagen
eerder is in Rotterdam de staking begonnen bij 21 bedrijven met in totaal 264 stakers.
Ook in andere plaatsen in de omgeving van Rotterdam wordt gestaakt. De staking die
bij elkaar 76 dagen duurt, de Wageningse bouwvakkers staken 65 dagen, is gericht
tegen loonsverlaging. Vooral in Rotterdam, waar de strijd in hoofdzaak wordt uitgevochten,
is het resultaat verrassend. Met grote geestdrift sluiten de werknemers, ook de ongeorganiseerden,
zich bij de stakers aan. Slechts enkele gevallen van onderkruiperij doen zich voor.
De patroons spannen nog een kort geding aan in verband met 'hinderlijk volgen', maar
ze verliezen. Het eind van deze langdurige staking is dat de loonsverlaging niet
doorgaat.6
- de SDAP in de crisisjaren
Ondanks, of misschien wel dankzij, de economische crisis gaat het de SDAP in
Wageningen in 1933 goed. De netto ledenwinst in dat jaar bedraagt 86 waardoor het
aantal leden op 300 komt onder wie 67 vrouwen. Aan de rode familie, die al bestaat
uit het NVV en aangesloten bonden, AJC, Vara, Volksbibliotheek, Instituut voor Arbeiders
Ontwikkeling en de zangvereniging Tot Steun in de strijd wordt nog toegevoegd de
Sociaal-Democratische Vrouwenclub (SDVC).
Eind 1935 is het dan eindelijk zover, de SDAP krijgt zijn wethouder. De verkiezingen
in dat jaar zijn dan ook succesvol verlopen. De SDAP groeit in stemmental het aantal
zetels blijft echter gelijk. Het is W. v.d. Weide die de eer te beurt valt de wethouderszetel
te mogen bezetten. Slechts één raadsperiode duurt deze eer. Met de
verkiezingen van 1939 verliest de partij één zetel, waarna de ledenvergadering
besluit dat er geen wethouder meer ter beschikking wordt gesteld. Van der Weide legt
zich niet neer bij deze beslissing wat tot scheuring leidt in de fractie. Geldhoff
en Roskam die wel het partijstandpunt volgen, kunnen en willen Van der Weide niet
steunen om opnieuw tot wethouder te worden gekozen. De fractie is daarna nog maar
twee leden groot.7 Van der Weide wordt geroyeerd uit de partij.
- loonsverlaging middels arbitrage
Het 25-jarig bestaan van de R.K. Tabaksbewerkersbond afdeling Wageningen wordt
in 1932 herdacht. Een herdenking in het midden van de crisisjaren levert geen vrolijke
boel op: een receptie, een drietal sprekers en ter afsluiting het muzikale duo Rutgers
en Mulder. Prettige bijkomstigheid is dat de avond kan worden afgesloten met een
batig saldo van f 4. In de crisisjaren wordt met regelmaat een loonsverlaging
toegepast. In slechte economische tijden is het slecht actievoeren en arbitrage moet
daarom uitkomst bieden. In 1935 is er opnieuw een loonsverlaging aan de orde. Kennelijk
is iedereen al zo moedeloos van de gang van zaken dat niet eens meer de moeite wordt
genomen de omvang van de loonsverlaging te noteren. Het bestuur van de R.K. Tabaksbewerkersbond
wenst de verantwoordelijkheid voor een conflict niet zelf te dragen en wil haar congres
laten beslissen. De ledenvergadering in Wageningen heeft met algemene stemmen een
loonsverlaging van de hand gewezen. J. van Dinter wordt met vrij mandaat afgevaardigd
naar het congres dat op 6 april 1935 plaatsvindt. Veel problemen met zijn vrije mandaat
zal Van Dinter niet gehad hebben want het congres verwerpt de door de patroons voorgelegde
loonsverlaging met de toevoeging: "geen enkele loonsverlaging te aanvaarden.8
De arbitrage levert een compromis op, wat betekent minder loonsverlaging dan aanvankelijk
is voorgesteld. Opnieuw wordt door R.K. Tabaksbewerkersbond een congres belegd. Het
congres dat plaats vindt op 25 november verwerpt met tweederde meerderheid de loonsverlaging.
Het kerkelijk gezag grijpt nu echter in. De geestelijk adviseur van de bond spreekt
zijn veto uit over het besluit en zo wordt alsnog de arbitrage aanvaard. In Wageningen
wordt de eerwaarde adviseur ongegeneerd over de hekel gehaald. De discussie is zeer
heftig. Voorzitter W. Roelofs noemt de vergadering "net kinderen die met lucifers
spelen." De leden Van Dinter, Rikken, Tiemesen en Damming vragen aan de ledenvergadering
om toch ook de strijd aan te gaan indien de andere organisaties tot staking oproepen.
Zover komt het echter niet. Ook de andere vakorganisaties in de sigarenindustrie
leggen zich neer bij de uitkomst van de arbitrage.
De verhouding tussen bond en de geestelijk adviseur is wel vaker gespannen te noemen.
Op een ledenvergadering in 1935 vraagt H.W. Bos, "hoe het mogelijk is, dat een
arbeider die lid is bij een andere vereniging in de kerkelijke ban wordt gedaan en
de patroons niet." De Eerwaarde Adviseur geeft Bos te verstaan, "dat hij
voorzichtig moet zijn met het woord 'kerkelijke ban', omdat het voor deze beweging
eenvoudig niet bestaat, wel worden de H. Sacramenten geweigerd. Wat de meeste patroons
en zakenmenschen betreft, deze hebben een heel ander belang in de maatschappij als
de arbeiders, het zakenleven moet men zoo bezien als dat men het niet zoo makkelijk
van elkaar kan houden."9 |
| |
- A. Rietveld, Achteraf bekeken.
Wageningen, brandende wielen en hete hangijzers (Oosterbeek 1999) p. 8-11
- A.G. Steenbergen, 'Een schets
van het vroegere Lombok, een arbeiderswijkje in Wageningen' in: Historische reeks
van de Historische Vereniging "Oud-Wageningen (Wageningen 1985) Nr. 3, p. 60-67
- A. Rietveld, Achteraf bekeken.
Wageningen, brandende wielen en hete hangijzers (Oosterbeek 1999) p. 109-111
- A. Rietveld, Achteraf bekeken.
Wageningen, brandende wielen en hete hangijzers (Oosterbeek 1999) p. 173-177
- K. Heijers, Fotoboek met ca.
300 oude foto's, prenten en, prentbriefkaarten en tekeningen van Wageningen (Ochten
z.j.) p. 111
- S. van der Velden, Stakingen
in Nederland 1810-1999 (Amsterdam 1999) (CD-rom)
- Archief SDAP/PvdA afdeling Wageningen
(1902-1978) in: GA Wageningen Inv. Nr. 11 en 20.
- W. van der Hoeven, De Nederlandse
Sigarenmakers en Tabaksbewerkersbond, opgericht op 26 december 1887. Zijn geschiedenis,
werken en streven (Utrecht 1937) p. 185-6
- Notulenboek R.K. Tabaksbewerkersbond
afdeling Wageningen. Vergadering van 16 april 1935.
|
| |
| De tekst van De crisisjaren kunt
u downloaden als crisisjaren.doc of crisisjaren.pdf |
| |
|
|
|
|