|
- Sally Lindeman
1901 is het oprichtingsjaar van de SDAP in Wageningen. In de Wageningse politiek
zit te weinig leven, althans naar het oordeel van de secretaris, voorzitter en oprichter
van de SDAP Wageningen Sally Lindeman vastgelegd in het eerste jaarverslag van de
afdeling. We volgen Lindeman's betoog: "Een lamlendigheid en suffigheid heeft
de arbeiders aangegrepen, de proletariërs waren verzonken in een moeras zo diep
en een onbewustheid zo groot, dat het hier schier reuzenkracht vereist onder hen
hoop en leven, opgewektheid en strijdlust aan te kweken. Het is onder zulke omstandigheden
een daad van moed en overtuiging om hier een afdeling der SDAP op te richten."
Lindeman is er van doordrongen dat, wil de afdeling bestaansrecht hebben, niet kan
worden volstaan met zo nu en dan een vergadering in besloten kring. "Voortdurend
moet er propaganda worden gemaakt en invloed uitgeoefend in het praktische leven.
Men moet van zich spreken en boven alles de arbeiders er van doordringen zich te
organiseren in de klassenstrijd."1
Kort, hevig en vergeten zo zou je de werkzaamheden van Lindeman in Wageningen kunnen
typeren. Hij is een slagerszoon geboren te Wierden (Ov.) op 17 november 1874. Als
zoon van een middenstander kan hij gaan studeren. Zijn studie brengt hem in Delft.
Tijdens zijn studie komt hij in aanraking met het socialisme. Onder studenten in
Delft is er in die jaren onder invloed van professor Pekelharing een belangrijke
socialistische stroming. Lindeman maakt deel uit van deze stroming evenals de later
bekend geworden SDAP-ers Theo van Waerden en Johan Willem Albada. Zijn belangstelling
voor het socialisme brengt Lindeman in aanraking met de Delftse sigarenmaker M.A.A.
van der Meer. Beide zijn betrokken bij de oprichting van de SDAP in Delft in 1898.
Van der Meer is de eerste voorzitter van de afdeling en Lindeman de eerste secretaris.
Lindeman komt veelvuldig over de vloer bij het gezin van Van der Meer en lang niet
alleen vanwege het socialisme. In 1900 trouwt hij met Magdalena Johanna (Lenie) een
dochter van Van der Meer. Als gevolg van een aanstelling als leraar aan de Rijkslandbouwschool
verhuizen zij naar Wageningen. In Wageningen is Lindeman zeer actief. In 1901 richt
hij de SDAP afdeling Wageningen op waarvan hij in het eerste jaar voorzitter en secretaris
is. De SDAP te Wageningen is de initiator, met Lindeman als promotor, van Het Volkshuis,
de Wageningse Bestuurdersbond en de coöperatie De Voorpost. Daarnaast
doet Lindeman nog pogingen tot oprichting van bonden onder typografen en metselaars
en stimuleert hij de meubelmakers tot het oprichten van een vakvereniging. In 1903
wordt hij ontslagen bij de Rijkslandbouwhogeschool in verband met een spreekbeurt
in Gouda voor het Comité van Verweer. De minister laat Lindeman vijf maanden
in onzekerheid over het ontslag. Uiteindelijk krijgt hij op 1 september 1903 zonder
opgaaf van redenen het ontslag bevestigd. Uit correspondentie die bewaard is gebleven
blijkt dat de reden voor het ontslag ligt in een resolutie van het Comité
van Verweer. De gewraakte passage luidt: "met alle beschikbare middelen"
en dat kunnen dus ook onwettige zijn. Het past een ambtenaar niet om te spreken op
een bijeenkomst van een organisatie met zulk een staatsgevaarlijke opvatting. Het
vertrek van Lindeman heeft derhalve te maken met de nasleep van de spoorwegstaking
en de heksenjacht op socialistische werknemers in overheidsdienst. Hij moet voor
werk elders zijn heil zoeken. In 1905 is hij terug in Delft en aldaar weer voorzitter
van de SDAP afdeling. Later heeft hij een eigen ingenieursbureau (Inbulin) in Den
Haag die zich bezig houdt met het adviseren, ontwerpen en onderhouden van waterbehandelingsinstallaties.
Op 31 augustus 1942 wordt Lindeman in Den Haag gearresteerd vanwege het feit dat
hij zich nooit heeft gemeld als Jood. In de gevangenis in Den Haag wordt hij tijdens
het verhoor mishandeld. Via kamp Amersfoort wordt hij op transsport gesteld naar
het concentratiekamp Mauthausen waar hij op 13 november 1942 volgens de officiële
verklaring van de Duitse autoriteiten overlijdt aan een hartstilstand.2
- voor het algemeen kiesrecht
Vanaf haar oprichting werpt de afdeling van de SDAP zich in de verkiezingsstrijd
in het volle besef dat zolang er geen algemeen stemrecht is veel van deze arbeid
louter agitatie is om de kieswet te wijzigen. Tussen de verkiezingen door wordt campagne
gevoerd met openbare voordrachten. In samenwerking met het Kiesrecht Komitee afdeling
Wageningen wordt een kiesrecht manifestatie gehouden bij de Grebbenberg met als spreker
het kamerlid Dijkstra. Het ontbreken van algemeen kiesrecht is de oorzaak waarom
de SDAP er voorlopig niet in zal slagen een zetel in de gemeenteraad te veroveren.
Maar dat is slechts een kwestie van tijd. Vrijwel vanaf de oprichting wordt door
de afdeling het weekblaadje De Stem des Volks aangeprezen. Door colportage wordt
het blaadje, samen met Het Volk, aan de man gebracht.3
Op een huishoudelijke vergadering eind 1902, maakt Lindeman duidelijk dat het allemaal
wel veel is om voorzitter en secretaris en correspondent van Het Volk en De Stem
des Volks te zijn. De vergadering beaamt dat en naast Lindeman als voorzitter wordt
W. van Druuten tot secretaris aangesteld. Met de aanstelling van een brochurehandelaar
en een agent voor De Stem des Volks wordt het afdelingsbestuur op sterkte gebracht.
Lindeman is slechts kort voorzitter in het najaar van 1903 wordt hij opgevolgd door
Johan Kel. Hoe het precies is gegaan valt uit de notulen niet meer op te maken, maar
enige vergaderingen later blijkt dat Kel tegen wil en dank is opgevolgd door H. v.d.
Broek die als meesterbakker in dienst is bij De Voorpost. Aanvankelijk vinden de
ledenvergaderingen plaats aan huis van een van de bestuursleden, maar vanaf het najaar
van 1904 wordt er vergaderd bij de De Voorpost. De afdeling houdt openbare vergaderingen
om in de Wageningse politiek wat meer leven in de brouwerij te brengen. Vooraanstaande
SDAP'ers als Bergmeijer, Loopuit en Gerhard worden naar Wageningen gehaald om te
spreken. De openbare vergaderingen worden goed bezocht en de afdeling ziet zich verstrekt
met nieuwe jonge krachten. Maar dat 'snel gewin ook kattengespin is' ondervindt de
afdeling 'aan den lijve' als ze al snel enkele van deze nieuwe krachten uit de functies
van secretaris en agent van het weekblad moeten ontslaan. De omvang van de partij
in Wageningen komen we te weten uit het jaarverslag over 1906 waar voor het eerst
het ledental wordt genoemd. Telde de afdeling in 1905 18 leden in 1906 zijn dat er
25. Eind 1906 geeft secretaris Gorter aan wegens drukke werkzaamheden te willen stoppen
als secretaris. Hij wordt na verkiezing, er zijn zes kandidaten, opgevolgd door P.J.
Haitsma jr. Haitsma is al langer actief in de afdeling als agent voor de brochurehandel.
Gorter blijft deel uitmaken van het bestuur.
In 1910 geeft voorzitter Van de Broek te kennen om gezondheidsredenen te moeten stoppen.
Na de bestuursverkiezing ziet het bestuur er als volgt uit: E.L.J v.d. Abeels voorzitter,
T.J. Haitsma secretaris, J.H. Geldhoff penningmeester en W. Rudolph en J. v.d. Kolk
commissarissen.4 Met de afdeling gaat het in 1910 goed. Het ledental stijgt
naar 36 leden onder wie zeven vrouwen en dat is zes meer dan een jaar eerder.
- de SDAP maakt zich sterk voor een Volkshuis
Reeds in 1902 staat voor de SDAP te Wageningen het oprichten van een Volkshuis
en het stichten van een coöperatie als belangrijke punten op de agenda. Het
verslag van de huishoudelijke vergadering van 27 augustus van dat jaar meldt: "dat
we zo spoedig moeten beginnen met het stichten van een fonds. Er is veel geld nodig.
Lindeman deelt verder mee wat hij in Delft gezien heeft en hoe daar alles goed in
elkaar zit en goed werkt. De leden moeten nu zoveel mogelijk propaganda maken, opdat,
indien er binnenkort een oproep tot het houden eener vergadering verschijnt, de arbeiders
al warm zijn voor de zaak."5 Voor het eerst vergadert de afdeling
van de SDAP op 19 juli 1906 in Het Volkshuis, "ons eigen tehuis" zoals
voorzitter Van de Broek het bij de opening van de vergadering verwoordt, "we
mogen hen die dezen inrichting tot stand hebben gebracht hulde brengen voor het volhardende
werken, zij hebben ons een groote dienst hiermede bewezen omdat we nu waar we anders
in de bakkerij moesten vergaderen en nogal warm was, nu een nette gezellige lokaliteit
hebben, waarin we onze peilen kunnen afvuuren tegenover onze tegenpartij. Straks
hebben we een vuurige strijd te voeren voor een gemeenteraadszetel, wat zullen we
hier ons op ons gemak voelen in zo'n verkiezingscampagne. Daarom is het ook te wenschen
dat elk lid zooveel mogelijk deze zaak steunt opdat het voor ons een blijvende vesting
zal worden waaruit onze kracht naar buiten gericht zal zijn."6
- de gemeenteraadsverkiezingen van 1901 en 1905
Voor het eerst in 1901 wordt door de SDAP meegedaan aan de verkiezingen voor
de gemeenteraad in Wageningen. Agelink krijgt 64 stemmen. In 1903 wordt afgezien
van deelname, omdat geen der leden zich beschikbaar wenst te stellen. In 1905 is
de kandidaat van de SDAP afdelingssecretaris Gorter, die Van Druuten is opgevolgd.
Gorter zegt trots te zijn voor de SDAP kandidaat te zijn voor de gemeenteraad, maar
hij moet nog wel nagaan of zijn werkgever er geen bezwaar tegen maakt. Het zou geen
pas geven verkozen te worden in de raad om dan wegens tijdgebrek niet aan de vergaderingen
deel te kunnen nemen. Kennelijk zijn er geen bezwaren bij de werkgever want een ledenvergadering
later wordt gesproken over de propaganda voor de verkiezing van Gorter. In een openbare
bijeenkomst moet Gorter maar toelichten wat het SDAP gemeenteprogramma is. Gorter
vindt het goed, als het maar kort en krachtig kan zijn, want naar eigen zeggen is
hij geen specialist in de redevoering. Besloten wordt om ook een manifest op te stellen,
waarvoor een commissie in het leven wordt geroepen. Alle goede bedoelingen ten spijt,
het lukt nog niet een raadslid verkozen te krijgen. Met genoegen wordt geconstateerd
dat het weliswaar nog niet is gelukt, maar dat zowel de "clericaal als de liberaal"
nu rekening houdt met de rooien en er alles aan zullen doen om ons tegen te houden.
Een tweede punt dat tot tevredenheid stemt is de groei van het stemmental. Met 164
stemmen heeft Gorter 100 stemmen meer gekregen dan Agelink enige jaren eerder.
In hetzelfde jaar is er ook sprake van verkiezingen voor de Tweede Kamer. Door de
gezamenlijk afdelingen Oosterbeek, Renkum en Wageningen wordt Lindeman kandidaat
gesteld. Er zal hard gewerkt worden om hem te promoten al weet iedereen vooruit,
vanwege het ontbreken van het algemeen kiesrecht, dat er geen schijn van kans is
dat hij verkozen zal worden. Het algemeen kiesrecht zal eerst in 1919 worden ingevoerd
als ook de vrouwen kiesrecht krijgen. Voor mannen is dat al in 1917 een feit. In
de kandidatuur van Lindeman speelt revanche nemen tegen zijn ontslag zeker een rol.
Het jaarverslag over 1905 zegt het aldus: "toch wilde men zien laten aan de
Kuiperiaansche regering dat wij Geldersche Proletariërs protesteerde tegen zo
'n ploertig ontslag ten deel gevallen aan onzen vriend Lindeman." Zondagen achtereen
voeren de SDAP'ers campagne op straat en gaat Lindeman op pad voor spreekbeurten.
De stemmenoogst is met 224 niet groot, maar kent een duidelijke groei ten opzichte
van de verkiezing van 1901.7
- comité tot oprichting van een Volkshuis
In het voorjaar van 1906 zijn er in kringen van de SDAP mensen die de 'arbeidende
stand' een eigen plek in de gemeente willen geven. Op 12 mei 1906 wordt door hen
een voorlopig Comité tot oprichting van een Volkshuis gevormd. Lid
van dit comité zijn: dr. J.C. Schoute, docent aan de Hogere Landbouwschool,
J.E. Ezendam, leraar aan dezelfde school, W. Gorter, machinist aan de Nederlandsche
Meubelfabriek 'Wageningen', en S. Hiemstra, onderwijzer te Wageningen. Het comité
geeft een circulaire uit waarin ze het plan uiteenzetten om een Volkshuis in te richten
waar werknemers, ongeacht geloof of politieke overtuiging, hun kennis kunnen vergroten,
vergaderingen kunnen houden en waar de geheelonthouding wordt bevorderd.8
Het plan wordt zowel onder de werknemers als bij de burgerij met veel sympathie ontvangen.
Aan alle werknemers wordt gevraagd als lid toe te treden. De contributie bedraagt
minimaal f 1,00 per jaar. Een niet geringe vraag gelet op de hoogte van de
lonen aan het begin van de 20ste eeuw. Als tegemoetkoming mag ook tien maal tien
cent worden betaald. Het comité is zeer actief. Statuten en reglement van
de vereniging Het Volkshuis worden opgesteld en een gebouw om het Volkshuis
in te vestigen wordt aangekocht. Dat zo snel een gebouw kan worden gekocht is niet
in de laatste plaats te danken aan een schenking van f 4.400 van Schoute aan
de S.D.A.P. Heerenstraat 8 is na een lichte vertimmering geschikt om het centrum
te worden van de arbeidersbeweging in Wageningen.
- 'om in rust te kunnen verpozen na den arbeid'
De zondag van 8 juli in 1906 is een andere zondag dan alle andere zondagen. Nee,
het gebeier van de kerkklokken is niet anders dan anders en ook de kerkgang van de
gelovigen is gewoon zoals het hoort. Dat anders zijn van deze zondag komt doordat
er in Wageningen een gebouw in gebruik wordt genomen waar plaats is voor geloof en
hoop. Geloof en hoop in een betere toekomst. Dr. J.C. Schoute spreekt de openingsrede
uit. Schouten is niet zo maar de eerste de beste of een gelegenheidsspreker zoals
dat met openingen wel vaker het geval is. Schoute staat positief tegenover de werknemers
en hun organisaties. Hij is dan ook een ijveraar om de nog jonge arbeidersbeweging
in Wageningen een eigen plek te geven. Schoute is een sociaal bewogen man die werkzaam
is als docent aan de Hogere Landbouwschool. Later wordt hij benoemd tot hoogleraar
in de botanie aan de Universiteit van Groningen. In 1922 doet hij nogmaals een schenking
van f 2.200 aan het Volkshuis ten behoeve van onderhoud. In zijn rede geeft
Schoute aan wat de wordingsgeschiedenis is van het Volkshuis en wat naar zijn mening
belangrijke redenen zijn om de bonden en de partij een eigen honk te geven. Het is
belangrijk dat de arbeider in rust kan verpozen na de arbeid. Goede literatuur ter
beschikking krijgt om aan zijn geestelijke ontwikkeling te kunnen werken en waar
hij verantwoord iets te drinken kan krijgen. Alcoholhoudende drank is in Het Volkshuis
taboe. Schoute memoreert de belangstelling die er voor Het Volkshuis bestaat onder
arbeiders en burgers. Al bij de opening telt de vereniging Het Volkshuis 260 leden.9
Het is druk bij de opening. Niet alleen vrijwel alle leden zijn aanwezig, maar ook
vertegenwoordigers van verwante organisaties. Na de opening is er een open huis,
waarna het feest wordt voortgezet in het Junushoff.
In het begin is de inrichting nog niet compleet en dus nogal sober. Het Volkshuis
heeft een kleine en een grote vergaderzaal, een bibliotheek annex leeszaal, een café
ó uiteraard zonder alcoholische drank - en bestuurskamers. Op zolder is er een slaapkamertje
voor de conciërge. De bibliotheek die in aanvang nog onvoldoende is gevuld moet
zo neutraal mogelijk blijven dus met boeken en tijdschriften van en voor alle kleuren
en richtingen. Door gebrek aan middelen is de hoop gevestigd op schenkingen. De collectie
bereikt echter nooit de omvang die oorspronkelijk voor ogen stond. De reeds bestaande
Nutsbibliotheek behoudt bij vele werknemers de voorkeur.
Al spoedig wordt door Schoute het beheer van het gebouw overgedragen aan de Wageningse
Bestuurdersbond (WBB), een bestuurlijk samenwerkingsverband van bonden, SDAP en de
coöperatie De Voorpost, en voorloper van de NVV, later FNV-afdeling. Het Volkshuis
functioneert in de eerste jaren van haar bestaan bijzonder goed. Er wordt druk vergaderd
en verschillende verenigingen houden er hun repetitie avonden. Vooral het geheelonthouderscafé
wordt druk bezocht en levert daarmee een actieve bijdrage aan de bestrijding van
het drankmisbruik. Het succes is echter onvoldoende om een gezonde financiële
exploitatie op te leveren. De gulden contributie die de leden betalen zet onvoldoende
zoden aan de dijk.
In 1919 wordt door de coöperatie De Voorpost aan Het Volkshuis een schenking
gedaan van É2.000, naar verluidt zijn zij daartoe in de gelegenheid gesteld door
alweer een schenking van Schoute, met als voorwaarde dat de coöperatie het beheer
van het gebouw op zich zal nemen. De functie van de vereniging Het Volkshuis als
beheerder komt daarmee te vervallen. In 1920 volgt liquidatie van de vereniging en
wordt het gebouw verkocht aan De Voorpost. De Voorpost zal het gebouw tot 1953 in
beheer hebben.
- de gemeenteraadsverkiezingen van 1906
In het najaar van 1906 moet er doordat er een vacature in de gemeenteraad is
ontstaan wederom een verkiezing plaatsvinden. De verkiezingscampagne wordt nog voorafgegaan
door de meeting voor Algemeen Kiesrecht in Wageningen. Op de zondag van 21 augustus
is er in de vroege morgen al veel vertier als vanuit de omringende plaatsen werknemers
naar Wageningen optrekken met vlaggen en banieren. Het sportterrein aan de Wageningse
Berg wordt al meer en meer ingenomen door de bezoekers. De muziek laat zich horen
en de vaandels worden in de grond geplant. A.H. Gerhard, SDAP voorman uit Amsterdam,
voert het woord. Na afloop van de meeting wordt met vliegende vaandels en opgewekte
muziek door de stad getrokken naar de Markt. Voor velen is het einddoel van de tocht
de haven waar een boot gereed ligt om de menigte weer stroomafwaarts naar huis te
brengen.10
Gorter wordt opnieuw gekandideerd voor een zetel in de gemeenteraad van Wageningen.
Pikant aan deze verkiezing is dat Gorter, die nu werkt op een steenfabriek, als kandidaat
tegenover zijn directeur komt te staan. Er wordt druk gesproken over de te voeren
propaganda en over de activiteiten op de verkiezingsdag zelf. Zo wordt er besloten,
mits "daar een geschikt mannetje voor gevonden kan worden" een SDAP'er
op het stadhuis te plaatsen. Wat dat geschikte mannetje daar precies moet doen wordt
niet echt duidelijk, maar kennelijk wordt 'lijfelijke aanwezigheid' als een morele
oppepper gezien voor diegenen die hun stem gaan uitbrengen. Als sprekers voor de
openbare vergaderingen worden de partijkopstukken Tak, Mendels en Helsdingen uitgenodigd.
Natuurlijk kan ook nu weer een manifest niet achterwegen blijven. Niet alleen aan
reeds beproefde middelen wordt gedacht, maar ook aan voor Wageningen nieuwe propagandamiddelen.
Zo versiert een 'sandwichman' op de verkiezingsdag de straat en wordt er 'geplakt'.
Maar liefst 1000 kleine aanplakbiljetten worden door heel de stad aangebracht door
de plakploeg. Er worden ook nog twaalf grote biljetten op daarvoor geschikte plaatsen
gehangen. Alle inspanningen ten spijt wordt er geen vooruitgang geboekt in de stembusstrijd.
De gemeenteraadszetel gaat naar de kandidaat van de RK Volkspartij met 344 stemmen
tegen 161 voor Gorter.11
- de zangvereniging
Ter vermaak en natuurlijk ook voor de propaganda komt op de vergadering van 12 juli
1905 het voorstel aan de orde om een sociaal-democratische zangvereniging op te richten.
Gewezen wordt op het feit dat al in al heel wat plaatsen zo'n zangvereniging bestaat.
Het moet een gemengd koor worden, gelijk de zangvereniging 'Dirk Troelstra' te Arnhem.
Enige maanden later wordt door de ledenvergadering het reglement van de zangvereniging
behandeld en goedgekeurd. De lotsverbondenheid van partij en zang komt tot uiting
als besloten wordt het tekort van de zang in haar eerste bestaansjaar door de partijafdeling
aan te laten zuiveren. Heel veel plezier beleeft de partij niet aan de zangvereniging.
Op 19 maart 1907 behandelt de ledenvergadering een brief waarin wordt meegedeeld
dat de zangvereniging is opgedoekt en de partij voor de schulden opdraait.12
Later komt er wel een sociaal-democratische zangvereniging tot stand die wel kan
zingen zonder schulden achter te laten. Tot Steun in de Strijd is de naam
en dat zullen ze ook lange jaren doen, totdat ze in de Tweede Wereldoorlog hun bestaan
moeten opgeven. Eerst in 1950 komt een wedergeboorte ter sprake. Hoewel enkele partijgenoten
de nodige scepsis bezitten wordt het koor weer opgericht. De piano, gezamenlijk eigendom
van partij en Wageningse Bestuurdersbond, maar al jaren ongebruikt, kan nu aan het
koor ter beschikking worden gesteld, nadat eerder is geopperd die te verkopen. Als
in 1957 Tot Steun in de Strijd wordt opgeheven is het bezit van een piano opnieuw
een overbodige luxe. Het beheer wordt opgedragen aan de stichting Het Volkshuis,
want wat moet je tenslotte met zo 'n ding als partij.
- voor de raad en in het algemeen
In 1907 is er weer een verkiezingsstrijd voor de Provinciale Staten. Ook nu weer
besluit de SDAP Wageningen de strijd aan te gaan met name uit het oogpunt van propaganda
voor het algemeen kies- en stemrecht. Gorter wordt nu ook als kandidaat voor de provincie
gesteld. Er wordt een landelijk bekend SDAP'er gevraagd om te komen spreken. Er worden
manifesten verspreid en wat dat betreft breidt de afdeling haar werkterrein uit tot
Bennekom. Een viertal partijgenoten neemt die klus voor hun rekening. Enige weken
later is de verkiezingsstrijd voor de gemeenteraad weer aan de orde. Een zwaar discussiepunt
is het aantal te stellen kandidaten. De voorstellen lopen uiteen van een tot vier.
Met vier kun je misschien meer stemmen op je lijst krijgen, maar met een heb je kans
meer vertrouwen te krijgen onder liberalen in het geval van een herstemming. Het
besluit is uiteindelijk twee kandidaten. Opnieuw Gorter ditmaal vergezeld door Van
de Broek. Er wordt een verkiezingskrant gemaakt, die uit "tactisch oogpunt"
niet te vroeg verspreid zal worden. Er wordt een huisbezoekploeg geformeerd, die
op die wijze steun tracht te verwerven voor de kandidaten. Op de dag van de verkiezingen
zal er een 'mannetje op het stadhuis' zijn die aantekent wie er ter stemming is verschenen
en zullen er enige partijgenoten op pad zijn om kiezers op te halen.
De Wageningse Bestuurders Bond (WBB) is ook actief rond de gemeenteraadsverkiezingen.
Om de kiezer behulpzaam te zijn bij het maken van zijn keuze stelt ze aan alle kandidaten
vragen als: verlaging van de werkdag bij gemeentewerken van 11 tot 10 uur en verhoging
van loon. In navolging daarvan stelt de SDAP een vragenlijst op die ze voor leggen
aan de andere partijen. Achterliggende gedachte is dat aan de hand van de antwoorden
bekeken kan worden wie er bij herstemming steun krijgt. De verwachting is dat de
liberalen zullen worden, maar uit de antwoorden blijkt dat de Roomse kandidaat het
meest positief is. De SDAP zit er mee in zijn maag en besluit om maar niet naar buiten
te treden met de antwoorden dan hoeven ze zich ook niet te binden. Na een lange discussie
wordt de keuze gemaakt. In de eerste ronde is het advies: kies Gorter, lukt dat niet
dan volgt onthouding bij herstemming. Een "pootig" manifest wordt opgesteld
waarin het aan de kiezer allemaal wordt uitgelegd.
Ondertussen heeft de afdeling besloten positief te reageren op het verzoek van het
Comité voor Algemeen Kiesrecht om zich aan te sluiten bij het plaatselijke
Comité. Met een afvaardiging neemt de SDAP Wageningen deel aan de kiesrechtbetoging
te Arnhem. De gemeenteraadsverkiezingen vallen ondanks al het harde werken en campagne
voeren niet mee: Gorter krijgt 111 stemmen en Van de Broek 66, niet genoeg om het
tot een herstemming te brengen.13
Ook in de vele gemeenteraadsverkiezingen daarna, die met grote regelmaat plaatsvinden
vanwege tussentijdse vacatures kan de SDAP geen zetel in de raad veroveren al krijgt
ze per verkiezing wel wat meer stemmen. In het jaarverslag over 1909 wordt dan ook
met de nodige ironie geconstateerd "wij gaan vooruit al is het ook met de trekschuit".
Wat niet echt tot teleurstelling in de afdeling leidt aangezien de overtuiging bestaat
dat het zonder algemeen kiesrecht toch nooit wat kan worden en zij krijgen gelijk.
- kiesrechtmeeting in Wageningen
In 1909 wordt besloten de provinciale kiesrechtmeeting voor het algemeen kiesrecht
in Wageningen te organiseren. De afdeling wordt gevraagd de organisatie voor haar
rekening te nemen. Bijna gaat het mis, omdat er geen geschikt terrein te vinden is,
maar op het laatste moment komt dat in orde. De meeting wordt met 750 deelnemers
goed bezocht. L. Hermans en J. van de Brink voeren het woord. De optocht verloopt
goed en is voor Wageningse begrippen een hele stoet en wordt als een goede voorbode
gezien voor de nationale betoging. Waardering is er voor Het Volkshuis die de consumpties
op het terrein heeft verzorgd. Catering zouden we nu zeggen. Dat de Wageningse meeting
beschouwd kan worden als een 'opwarmertje' blijkt uit de Wageningse deelname op de
nationale betoging. Is er in eerdere jaren slechts sprake van een enkele afgevaardigde
nu zijn er wel 50 personen uit Wageningen aanwezig.
De nationale betoging voor algemeen kiesrecht slaagt uitstekend. Het is een prachtig
gezicht die duizenden mensen bijeen te zien, door eenzelfde idee bezielt; de verovering
van ons eerste burgerrecht.14
Het is sowieso een jaar waarin alle manifestaties slagen. Ook het meifeest is een
succes met 's middags het openluchtspel en 's avonds de bijeenkomst in het Junushoff
bezocht door zo 'n 350 partijleden en sympathisanten.
- het Rooie Dorp
Aan het begin van de 20ste eeuw zijn de woonomstandigheden in de arbeidersbuurten
in Wageningen slecht. De huizen zijn vaak miserabel, riolering is er niet en de straten
zijn onverhard. Bij regen of na dooi is het bij het Onderlangs, Dijkgraafseweg en
Eerste en Tweede Buurtseweg een grote smeerboel. Er is slechts één
kraan, en één toilet - de naam is al te veel eer - op elke tien huizen.
In de Mennonietenbuurt is de naam van schuur meer op zijn plaats voor de woningen
met één kamer met bedstee, gangetje en keukentje, ook al beschikken
deze huizen wel over een eigen 'gemak'.15 De vraag naar goede en goedkope
woningen is dan ook groot. In oktober 1913 komen de afgevaardigden van negentien
werknemersverenigingen bijeen om gezamenlijk een verzoek op te stellen aan de gemeenteraad
om, in het belang van de volksgezondheid, de zedelijkheid en de bloei van de industrie,
een ruim aantal arbeiderswoningen te laten bouwen met een huurprijs tot É2,- per
week. Een jaar eerder is de vereniging Volkswoningbouw (VWB) opgericht en deze heeft
plannen om op grote schaal arbeiderswoningen te bouwen. In 1914 koopt de VWB aan
de Lawickse Allee een tweetal percelen om daar 80 á 90 woningen te bouwen.
Het college van B&W van Wageningen is blij met deze plannen die tegemoet komen
aan het verzoek van de negentien werknemersverenigingen. Het initiatief wordt dan
ook geen strobreed in de weg gelegd en achter de schermen wordt het plan zoveel mogelijk
gesteund. De gemeenteraad stemt in maart 1914 in met de plannen en nog in november
van dat jaar vindt de aanbesteding plaats voor de bouw van 83 woningen. Ten tijde
van de bouw ontstaat er een conflictje met als inzet de huurprijs voor de toekomstige
bewoners. De architecten worden ervan beschuldigd dat zij de bouwers verplichten
om (te) dure materialen te gebruiken, waardoor de huurprijs boven de É2,00 komt.
Zowel het bestuur van de VWB als de architecten reageren hier gebelgd op en weerleggen
de beschuldiging. Hoe het ook zei nog voor de oplevering zijn er al 18 woningen verhuurd.
Het Rooie Dorp, dat gevormd wordt door Juliana-, Beek-, Vanenburg-, Maten- en Van
Eckstraat, dankt zijn naam in de eerste plaats aan de rode baksteen en niet in de
laatste plaats aan de politieke kleur van haar bewoners.16
- gemeenteraadsverkiezingen 1917en 1919
De pessimisten in de partij in Wageningen die niet voor de invoering van het
algemeen stemrecht een zetel in de gemeenteraad verwachten blijken realisten te zijn.
In juli 1917 worden door de SDAP Van der Griend en Geldhoff kandidaat gesteld. Al
bij de eerste verkiezing hebben zij succes. Met 297 en 287 stemmen kunnen zij door
naar de tweede ronde en moeten zij het opnemen tegen de liberalen. Krachtig wordt
de propaganda verder te hand genomen. De steunlijsten liggen gereed en er zijn voldoende
partijgenoten die er mee rond willen gaan. Er wordt nog een openbare vergadering
belegd en nieuwe strooibiljetten worden gemaakt. Er moet nu alles op alles worden
gezet en als het bestuur het nodig oordeelt mag zij meer geld aan de propaganda besteden,
is het oordeel van de ledenvergadering van 9 juli 1917. En eindelijk is er dan resultaat
naar werken. Het eerste lid in de gemeenteraad namens de SDAP doet zijn intrede.
Niet zonder enige triomf zegt de voorzitter in zijn openingswoord op de ledenvergadering
van 26 juli: "dat wij een nieuw tijdperk tegemoet gaan." Van der Griend
is de eerste SDAP'er die in de gemeenteraad van Wageningen zitting neemt. Geldhoff
wordt door de afdeling benoemd tot verslaggever van de raadsvergaderingen.
Voor de verkiezingen van 1919 zijn de verwachtingen hoog gespannen. Het algemeen
kies- en stemrecht is een feit nu ook vrouwen kiesrecht hebben gekregen. Het algemeen
kiesrecht is kennelijk een goed propagandamiddel want de afdeling is gegroeid als
kool. Bedroeg het ledenbestand op 1 januari 1918 66 leden onder wie 8 vrouwen op
1 oktober zijn dat er al 115 onder wie 18 vrouwen.
De kandidatenlijst die de SDAP indient voor de verkiezingen van 1919 telt wel tien
namen met Van der Griend als lijsttrekker. Tijdelijk wordt de contributie verhoogd
om over meer middelen te beschikken voor propaganda. Het voorstel aan de ledenvergadering
wordt, met drie stemmen tegen, één blanco en vierendertig vóór,
aanvaard. Een beproefd middel als huisbezoek wordt massaal gehanteerd. Een ploeg
van zestien huisbezoekers is daarvoor beschikbaar en nog eens tien geven zich op
als verspreiders van strooibiljetten. Er is een 'plakploeg', zeven partijgenoten
groot. Succes kan niet meer uitblijven. De SDAP verovert vijf zetels in de gemeenteraad
van Wageningen. Naast Van der Griend komen voor de SDAP in de raad: Van Thuijl, Van
der Weide, Geldhoff en Heetveld.17
- urgentieprogram
Met vijf zetels in een raad van vijftien tel je ineens mee. De vragen die zich
dan onmiddellijk voordoen zijn: kun je een wethouder leveren en tegen welke voorwaarde
doe je dat. Een urgentieprogram voor het aanvaarden van een wethouderszetel is het
antwoord. Omdat dit urgentieprogram goed aangeeft wat de partij bezighoudt in die
dagen geven we het integraal weer:
"Concept-urgentieprogram
1. Bevordering van den woningbouw zoowel:
- Gemeentelijk als door bouwvereenigingen
- Het bouwen voor groote gezinnen
met verhuring zoonoodig beneden den kostprijs
2. Bevordering der volksgezondheid
door:
- uitbreiding van de stichting
'Ziekenzorg' zoonoodig na overname
- het stichten van een kliniek
voor kinderziekten
- ruime gelegenheid tot kostelooze
behandeling van on- en minvermogende
- inrichting van een doelmatig
volksbadhuis
- aanleg van openbare speelterreinen
3. Verbetering van Armenzorg door:
- rechtstreeks beheer der armenverzorging
- de invoering van de vrije artsenkeuzen
4. Verhooging van het onbelaste
inkomen met minstens f 200, alsmede verhooging van het bedrag der kinderaftrek
5. Volledige erkenning der vakorganisaties
6. Stichting van een kinderen bewaarplaats
7. Krachtige bevordering van het onderwijs op elk gebied:
- stichting van een school voor
voorbereidend lager onderwijs
- instelling van een 7e leerjaar
op de scholen voor gewoon lager onderwijs
- ruimere gelegenheid voor het
ontvangen van herhalingsonderwijs
- dgelijkstelling van het maximum
aantal leerlingen per klas aan de scholen 1, 2 en 3
- verstrekking van gemeentewege
van voeding en kleding aan behoeftige schoolgaande kinderen
8. Lichamelijke ontwikkeling door:
ruimere gelegenheid voor gymnastiekonderwijs, tijdens den leerplichtige leeftijd
9. Beperking van het aantal drankvergunningen en verloven."
In een conferentie met de andere gemeenteraadsfracties wordt het program ingebracht.
Uitkomst van de conferentie is dat de Rechtsche Raadsclub (liberale en confessionele
gezamenlijk) op zich neemt een "program op te stellen waarop samenwerking mogelijk
is". Het program wat hieruit voortspruit omvat 21 punten. Het oordeel van de
SDAP-leden is dat het op veel punten te vaag is. Duidelijkheid wordt gewenst over
een in te voeren: rioolbelasting, wat bedoeld wordt met afdoende regeling voor behandeling
van on- en minvermogenden, dat op peil brengen van de salarissen van de gemeentewerklieden
betekent etc. Het overleg tussen de verschillende fracties loopt daarna vast. Een
compromis lijkt niet haalbaar. Als na enige weken de benoeming van wethouders aan
de orde komt blijkt dat in grote lijnen het SDAP-program aanvaardbaar is, met uitzondering
van de belasting wensen. Op basis van deze 'binnenskamers' verkregen toezeggingen
kan Van der Griend tot wethouder worden gekozen. De ledenvergadering, met 63 leden
goed bezocht, is niet gelukkig met het resultaat. Het program is uitdrukkelijk een
minimum program en daar komt bij dat de toezeggingen, die niet op papier staan en
niet in het openbaar zijn behandeld, als boterzacht worden ervaren. Na een lange
discussie waarin nog eens alle punten de uitvoerig de revue passeren wordt getracht
in te schatten welke manier van handelen het meest wijs is. Natuurlijk zijn er de
rekkelijken en de preciezen, maar uiteindelijk wordt met 3 stemmen tegen en 1 blanco
ingestemd met het aanvaarden van een wethouderszetel. Van der Griend wordt de eerste
wethouder namens de SDAP in Wageningen. Ook buiten de raad gaat het goed met de partij.
Het ledental van de afdeling is gestegen tot 180 onder wie 36 vrouwen. De partij
kan een druk jaar met succes afsluiten. Er hebben 15 huishoudelijke vergadering plaatsgevonden
en enkele openbare vergaderingen waarvan die met Suze Groeneweg (eerste vrouw in
de 2e kamer voor de SDAP) als spreekster het succesvolst is met 500 belangstellenden.
Andere sprekers zijn Van Braambeek (van de Nederlandsche Vereeniging van Spoorwegarbeiders),
Hermans (SDAP 2e kamerlid) en Eichelsheim (van de Sigarenmakersbond) en natuurlijk
Van der Griend en Geldhoff. Er is veel aan propaganda gedaan door de huisbezoekploegen
en er is een eclatant verkiezingsresultaat geboekt met vijf raadszetels en een wethouder.
De uitslag van de verkiezing wordt gevierd met een straatdemonstratie door het Rooie
Dorp, met een vurige speech als dank aan de kiezers ter afsluiting. De kosten van
de campagne zijn dankzij bijdragen van de vakverenigingen, de coöperatie en
particuliere giften te dragen al is de bodem van de kas goed te zien. De SDAP in
Wageningen bloeit als nooit tevoren.
De 'wethouderskwestie' krijgt echter een merkwaardig staartje. De minister van Binnenlandse
Zaken haalt een streep door de rekening en geeft aan Van der Griend geen verlof om
zijn wethouderszetel te aanvaarden. De fractie en de afdeling zijn van mening dat
ze zelf uitmaken wie hun vertegenwoordigt en besluiten dan maar niet deel te nemen
in het bestuur van de gemeente. Van der Griend dient zijn ontslag in en ook Geldhoff,
die bij stemming in de raad tot wethouder is gekozen aanvaardt deze zetel niet. Zo
eindigt het succesjaar 1919 toch nog in een anticlimax. Bij de verkiezingen van 1922
moet de SDAP een zetel inleveren. De fractie bestaat nu uit: J.H. Geldhoff, P.J.G.
van Ingen, W. v.d. Weide en W. Heetveld. Het mindere stemmenaantal dat de partij
krijgt wordt vooral geweten aan de communisten die volgens het jaarverslag "ons
op de meest schunnige wijze bestreden". Het resultaat van de communistische
agitatie is dan ook wrang want de verloren SDAP zetel komt terecht bij de CHU die
daarmee terugkeert in de raad. De verhouding 11:4 geeft Geldhoff, die als wethouder
wordt gekandideerd geen schijn van kans.18 In de zetelverhouding van 11:4
zal jarenlang geen wijziging komen en de SDAP neemt geen bestuursverantwoordelijkheid
op zich.
- St. Jozef
De Rooms-Katholieke Werknemers Vereeniging 'Sint Jozef' is opgericht in 1895.
Sinds 1903 bezit zij een eigen gebouw aan de Gerdesstraat. Als een eiland in de zee
van ruimte die het terrein achter de Stationsstraat dan nog biedt, verrijst het nieuwe
onderkomen van de Wageningse afdeling van het R.K. Werkliedenverbond, het St. Jozefgebouw.
Door de bouw van het grote pand op die plaats ontstaan twee Gerdesstraten, de 1e
(de zuidelijke) en de 2e Gerdesstraat. In 1963 wordt het St. Jozefgebouw gesloopt.
Ook de huizen van de 2e Gerdesstraat gaan tegen de vlakte. Op de vrijgekomen ruimte
verrijzen de flatgebouwen met winkelgalerij en woningen aan de Stadsbrink en legt
de gemeente het tegenwoordige parkeerterrein aan de Gerdesstraat aan.19
St. Jozef is tussen 1906 en 1919 zeer actief met het oprichten van vakorganisaties.
In het eigen gebouw zien de Rooms-Katholieke bonden van tabaksbewerkers, bouwvakkers
(St. Joseph), steenbakkers (St. Stephanus) en fabrieksarbeiders (St. Willibrordus)
het levenslicht. In 1913 telt de RKWV 'St. Joseph' in totaal 80 leden waarvan 56
tevens lid zijn van een van de vakorganisaties. Ook de oprichting van de coöperatie
De Volharding vindt plaats in het eigen gebouw aan de Gerdestraat.20 St.
Jozef telt in 1930 240 leden waarvan 143 aangesloten bij een vakafdeling.
- de Wageningse Bestuurdersbond
De Wageningse Bestuurdersbond (WBB) is tot stand gekomen in 1903. We beschikken
echter pas vanaf 1938 over een archief van de WBB. Van het functioneren van de WBB
in de beginjaren weten we dus erg weinig. Bestuurders of besturenbonden organiseren
geen individuele werknemers, maar zijn plaatselijke aaneensluitingen van organisaties
die behoren tot de arbeidersbeweging. Oorspronkelijk vindt je in deze bestuurdersbonden
naast de vakorganisaties ook de SDAP en de culturele en doelgroepenorganisaties met
socialistische signatuur. Van dit soms bonte gezelschap kunnen dus ook de vrouwenorganisatie,
de jeugdorganisatie, de toneelvereniging, de zangvereniging en de coöperatie
deel uitmaken. Later, na de oprichting van het NVV, worden de bestuurdersbonden meer
en meer plaatselijke koepels waar nog uitsluitend vakorganisaties bij zijn aangesloten.
Het eerste bestuur van de WBB wordt onder meer gevormd door J. Haitsma, E.C. Agelink
en H. Peters allemaal sigarenmaker van beroep.
- roomse en rode coöperatie
Van 1924 tot 1958 is de Rooms-Katholieke coöperatieve bakkerij 'De Volharding'
gevestigd aan het Salverdaplein tussen de Kapelstraat en de Nieuwstraat. In 1913
is deze coöperatie opgericht door St. Jozef met het doel de leden te voorzien
van goed brood tegen een redelijke prijs. De winst wordt gebruikt voor uitkeringen
aan de leden bij bijzondere gebeurtenissen als geboorte, communie en overlijden.
Ook bestaat er een werkloosheiduitkering. Het overige batige saldo wordt uitgekeerd
aan de leden. De bakkerij aan de Bevrijdingstraat, waar in 1913 wordt gestart, voldoet
prima en 1924 kan een nieuwe winkel annex bakkerij aan het Salverdaplein worden gevestigd.
De bakkerij aan de Bevrijdingstraat blijft in gebruik tot 1975.21
Het initiatief tot oprichting van de in 1903 opgerichte coöperatie De Voorpost
moeten we zoeken bij de SDAP en meer in het bijzonder bij Lindeman. Afdelingssecretaris
Gorter vermeldt in het jaarverslag over 1905: "Wie komt de eer toe die ons dit
mooie schoonen strijdmiddel gaf om onzen propaganda te vergemakkelijken; is het niet
onze wakkere strijder Lindeman die de eer toe komt, ja zelf zegt hij wel ik ben niet
de vader der Voorpost, maar wie zou het anders wezen. Hij toch heeft voor ons de
zaak in 't reine gebracht. Hij toch was het die het aandurfde en wist dat dit goed
zou gaan, dat eenmaal de tijd zou aanbreken dat zij den groote steunpilaar zou worden
van onze beweging. En zouden wij dan zijn werk niet waarderen, en hem de vader noemen
van "de Voorpost"."
Hoe 'verknoopt' de Wageningse arbeidersbeweging is in het eerste decennium van de
20ste eeuw komt goed tot uiting in de presentielijst van een gecombineerde vergadering
gehouden in december 1908 van SDAP, WBB en de coöperatie. Haitsma sr. en H.
Lindner hebben zitting in alle drie de besturen. Haitsma jr., H. v.d. Broek, L. Postuma
en Agelink vertegenwoordigen zowel de WBB als de SDAP. De vergadering onder leiding
van Van de Broek gaat over het hoogst belangrijke onderwerp van de winstverdeling
van de coöperatie. Er valt echter weinig te verdelen aangezien er onvoldoende
winst is gemaakt om dividend uit te kunnen betalen aan de leden. De vraag is nu of
de SDAP en de WBB af willen zien van hun recht op 1/3 van de winst, zodat dat gevoegd
kan worden bij de winst voor de leden en aan hen nog een bescheiden dividend kan
worden uitbetaald. Om geen precedent te scheppen wordt voorgesteld om te volstaan
met een uitwisseling van kwitanties. De SDAP ziet, omdat ze nogal goed bij kas zit
af van de winst over 1908. De WBB doet dat ook op f 10 na.22
De Voorpost is opgericht als een arbeiderscoöperatie die 10% van haar winst
afstaat aan de arbeidersbeweging. Deze winstdeling blijft bestaan tot 1925. In dat
jaar dreigt er een derde coöperatie, een christelijke, opgericht te worden.
Om de concurrentie goed aan te kunnen wordt De Voorpost omgezet in een neutrale verbruikscoöperatie.
Rond 1930 is De Voorpost een bloeiende onderneming. Ze staat er financieel goed voor
en is voor de Wageningse werknemers, maar ook voor een deel van de burgerij, van
economische betekenis. De aanwezigheid van de coöperatie werkt prijsregelend,
aangezien de particuliere ondernemingen zich gedwongen zien hun prijzen op die van
de coöperatie af te stemmen.23
In 1958 fuseert De Volharding met de in 1903 opgerichte coöperatie 'De Voorpost'.
Je kunt het een vroege rooms-rode samenwerking noemen, die zo'n kleine twintig jaar
vooruitloopt op de fusie van NVV en NKV tot FNV.
De Voorpost bakkerij is op de Gerdesweg gevestigd en zal in 1968 worden gesloopt.
De coöperatieve bakkerij vertrekt, samen met die uit Ede, naar Arnhem en zal
zijn bestaan voortzetten onder de vlag van Coöp Gelderland.24
|