|
|
|
|
Vroege organisaties
|
 |
- 'Van eigen brood is 't voordeel
groot'
Het duurt in Wageningen tot 1846 eerdat er iets aan werklozenzorg wordt gedaan.
De aanzet wordt gegeven door het Departement Wageningen der Maatschappij tot Nut
van 't Algemeen. Het Departement Wageningen is opgericht op 13 oktober 1807 en is
daarmee op Zutphen na de oudste in Gelderland.1 't Nut besluit een commissie
in te stellen die moet onderzoeken hoe werk kan worden verschaft aan werklieden die
in de wintermaanden geen werk hebben. Natuurlijk moet het gaan over en nuttig
en goedkoop werk. De commissie onderzoekt en stelt daarna een reglement op
waaraan voldaan moet worden door de 'winter werkbehoevende'. De vereniging die wordt
opgericht krijgt de naam Winterwerkvereeniging onder de zinspreuk: 'van eigen brood
is 't voordeel groot'. Het bestuur bestaat uit louter heren. De vereniging is wel
voor, maar niet door de werklieden. 'Eigen brood' in de zinspreuk moet letterlijk
worden opgevat, want de vereniging is wel bedoeld als werkverschaffing, maar niet
voor bedeling. De uitkering aan de werklozen gebeurt uit de opbrengst van de gemaakte
producten en uit giften door derden. De werkzaamheden in de beginperiode van de Winterwerkvereeniging
bestaan uit bezembinden voor de mannen en de jongens en uit kousen en sokken breien
door de meisjes en de vrouwen. Wat later komt daar het hakken van kachelhoutjes en
sneeuwruimen bij. De verdienste in de beginjaren is niet bekend, maar in 1896 is
dat É0,60 per dag. De vereniging is dan al twaalf jaar zelfstandig en onder de vleugels
van 't Nut vandaan. In 1891 wordt de naam veranderd in Vereeniging der Wageningse
Werkverschaffing, de zinspreuk blijft gehandhaafd. De werkzaamheden breiden zich
uit. Er worden nu ook grindhorren en rietmatten gemaakt. Met het uitpluizen van afgedankt
touwwerk van de marine wordt 'grondstof' verkregen voor het slaan van 'nieuw' touw.
De rietmatten vinden een welkome aftrek bij de steenfabrieken. De werkverschaffing
moet zich zoveel mogelijk zelf bedruipen, maar krijgt ook subsidie van de gemeente
Wageningen, de Vier Gilden en het 't Nut. Op 26 september 1896 wordt niet alleen
het 50-jarig bestaan gevierd, maar ook de eerste steen gelegd voor een eigen gebouw
aan de Harnjesweg. De Wageningse werkverschaffing bestaat tot 1934. In het verslag
van de vergadering waar tot opheffing wordt besloten staat het volgende te lezen:
"Aan de orde is een schrijven van de gemeente over aansluiting van de rietschuur
aan de riolering. Daar de vereniging, omdat de rietmatten voor de kostende prijs
niet meer te verkopen zijn en door de tijdsomstandigheden met de tegenwoordige werkliedenorganisaties
geen behoefte meer bestaat, wordt een voorstel de schuur te verkopen, met algemene
stemmen aangenomen."2
- Tijdelijke Voorzorg
De Code Pénal, een erfenis uit de Franse tijd, die een belemmering is
in het recht van organisatie, belemmert niet alleen de vorming van beroepsorganisaties,
maar ook die van stands- en klassenorganisaties. De eerste werkliedenverenigingen
komen daardoor pas tot stand na het Koninklijk Besluit van 1855, waarin de grondwetswijziging
van 1848, voorzover het het recht van vereniging betreft is uitgewerkt. In de jaren
vijftig van de negentiende eeuw zien vijf werkliedenverenigingen het levenslicht:
'Concordia' en 'Vriendschap is ons Doel' te Haarlem, 'Eensgezindheid en Broederliefde'
te Bergen op Zoom, 'Onderlinge Hulpreiking is ons doel' te Breukelen en 'Tijdelijke
Voorzorg' in Wageningen. Het zijn de eerste werkliedenverenigingen die ons land telt.
Uit de namen valt op te maken dat deze werkliedenverenigingen niet tot doel hebben
met de werkgevers te onderhandelen over arbeidsvoorwaarden. Deze verenigingen beogen
de band tussen de werklieden onderling zowel als die met hun patroons te versterken
door middel van onderling hulpbetoon, voorlichting en het organiseren van festiviteiten.
In de jaren zestig van de 19e eeuw neemt het aantal werkliedenverenigingen gestaag
toe.3
- Algemeene Nederlandsche Typografenbond
De typografen, niet alleen in Nederland, maar ook elders in Europa, zijn koplopers
bij het oprichten van vakorganisaties. De mechanisatie in het vak geeft de patroons
de gelegenheid om met steeds meer leerjongens te werken wat uiteraard de lonen drukt
terwijl tegelijkertijd de prijzen stijgen. Onderling Hulpfonds: Boekdrukkunst opgericht
in 1861 te Amsterdam ten behoeve van steun aan werkloze vakgenoten belegt in oktober
1865 een openbare vergadering ter bespreking van het versturen van een adres aan
de patroons met een verzoek om betere lonen. De brief, door 233 vakgenoten ondertekend,
verzoekt in zeer beleefde bewoordingen: "dat door u, door middelen ter uwer
keuze, de toestand des typograafs worde gebracht meer in overeenstemming met zijn
volstrekte behoefte en de ere zijns vaks". Deze eerste georganiseerde loonactie
kent weinig succes, maar inspireert in andere plaatsen de typografen tot soortgelijke
actie. De Arnhemse typografenvereniging geeft daarop de stoot tot landelijke aaneensluiting.
In 1866, op tweede paasdag, komen in Amsterdam 61 afgevaardigden van 12 typografenverenigingen,
samen 1430 leden tellend, bijeen om een looneis vast te stellen. Ze verlangen een
weekloon van É9,- bij een werkweek van zes dagen van tien uur.4 De eis
betekent een loonsverhoging van 50%. Het lijkt fors, maar het is toch geen overdadige
vraag. In de voorafgaande 25 jaar zijn de prijzen met 75% gestegen en de lonen met
20% verlaagd. Om de actie goed te kunnen voeren wordt de Algemeene Nederlandsche
Typografen Bond (ANTB) opgericht, de eerste landelijke vakorganisatie in Nederland.
Het zal vijf jaar duren voordat ook de sigarenmakers als goede tweede een landelijke
vakorganisatie stichten. Actie geeft reactie, ook in het wereldje van de typografen.
Nog voordat de ANTB een feit is lopen de drukkerspatroons te hoop tegen organisatie
van hun werknemers. Ze richten een werkgeversvereniging op en geven een brochure
uit waarin ze als antwoord aan de werknemers een soort vakopleiding aankondigen waarmee
werknemers zich kunnen bekwamen tot "een degelijk, knap, zedelijk en verstandelijk
ontwikkeld, vlug, flink en vrij werkman, bezield met liefde voor het vak zijner bestemming
en gehecht met banden van trouw en genegenheid aan zijn patroon en diens belangenÖ"
De moraal van het verhaal is duidelijk als de werknemer zich maar goed gedraagt dan
komt het vanzelf wel goed; over de lage lonen geen woord. Van een loonsverhoging
komt dan ook weinig terecht. Een enkele patroon biedt 25%, 12% direct en 13% later,
maar dat later komt nooit en zelfs aan de toezegging van 12% wordt gemorreld.
- uitsluiting
Leden van de ANTB moeten sterk in hun schoenen staan om het recht op organisatie
hoog te houden. De werkgevers hanteren het principe van uitsluiting. Wie lid is van
de bond riskeert het zijn baan te verliezen. H.C.A. Thieme, drukker en uitgever te
Nijmegen, is de eerste die de zaak scherp speelt. Hij zet zijn personeel voor de
keuze: bedanken voor de bond of op staande voet ontslag. Van de Weijer te Utrecht
en G.J. Thieme te Arnhem, een van de grootste drukkerijen in die tijd, volgen vrijwel
onmiddelijk dit voorbeeld. G.J. Thieme laat zelfs de deur open zetten, zodat: wie
de bond verkiest boven zijn werk direct kan vertrekken. Het hele personeel, met uitzondering
van negen zetters, verlaat daarop de drukkerij. Thieme gaat naar Wageningen om nieuw
personeel te werven. Hij slaagt daarin niet, niemand wenst als onderkruiper naar
Arnhem te gaan. J. Wolfrat, medeoprichter en correspondent van de afdeling Wageningen
van de ANTB, houdt 's avonds een gloedvol betoog en dringt erbij de leden op aan,
dat niemand zich zou verlagen, om ter wille van het geld of andere voordelen afvallig
te worden. Het is dan ook bijzonder bitter als nog dezelfde avond juist deze Wolfrat
zich per brief aan Thieme aanbiedt met de bewering, "dat het met den bond toch
niets gaf." Wolfrat verzoekt in zijn brief aan Thieme stipte geheimhouding,
maar de Arnhemse baas loopt er mee te koop, er op wijzend, dat de grootste schreeuwers
zich zelf het eerst willen bergen. Als dit gedrag in Wageningen bekend wordt wil
geen enkele typograaf werkzaam bij de firma A. van der Veen Oomkes meer werken met
de 'eedbreker'. Wolfrat krijgt ontslag, maar kan de volgende dag in Arnhem alweer
aan de slag. Thieme slaagt erin de leeggevallen arbeidsplaatsen te bezetten en zo
de staking te doen mislukken. Ook de stakingen in Nijmegen en Utrecht lopen stuk
doordat de opengevallen plaatsen door onderkruipers worden bezet. De ANTB heeft het
zwaar te verduren. Het ledental dat bij oprichting in 1866 748 bedraagt loopt terug
tot 274. Alleen de harde kernen in Amsterdam en Arnhem blijven de bond trouw.5
De afdeling Wageningen is begin 1867 opgericht op initiatief van de Arnhemmers door
middel van een propaganda bezoek.6 Of de afdeling, die bij oprichting
tien leden telt, nog voort bestaat na de verloren stakingen van 1867 is niet met
zekerheid vast te stellen. Het is mogelijk dat de afdeling in een 'sluimerbestaan'
verkeert als onderafdeling van Arnhem. Een kleine uitsluiting van typografen in Wageningen
in 1870, omdat deze om een loonsverhoging hebben gevraagd, wijst op het bestaan van
zoiets als een afdeling of tenminste op de aanwezigheid van een aantal bondsleden.7
De actie voor loonsverhoging heeft geen succes.
- Johannes Theodorus Scheepers
Johan Scheepers is geboren te Rheden op 25 september 1838. Hij is de zoon van
Johanna Scheepers en een onbekende vader. Na de lagere school leert hij het vak van
letterzetter. In 1862 werkt hij als typograaf, maar aanvaardt daarnaast een aanstelling
als opzichter van de gemeentelijke bad- en zweminrichting te Arnhem. Scheepers is
lid van de Arnhemse typografenvereniging Boekdrukkunst: de Grondzuil der Verlichting.
In naam van deze vereniging doet Scheepers in februari 1866 een geslaagde oproep
aan andere typografenverenigingen in Nederland om de lotsverbetering van de typografen
gezamenlijk te bespreken. Het resulteert in de oprichting op 1 juni 1866 van de eerste
landelijke vakbond in ons land, de Algemeene Nederlandsche Typografenbond (ANTB).
Scheepers wordt secretaris van de Arnhemse afdeling en slaagt er in bondsafdelingen
in Nijmegen en Wageningen op te richten. Samen met de meubelmaker J.Th. Potharst
stimuleert hij andere werklieden in Arnhem om zich op bredere basis te organiseren.
Voor dit doel richten Scheepers en Potharst op 19 oktober 1869 te Arnhem de Algemeene
Arbeidersvereeniging 'Hoop op Geregtigheid' op. Deze werkliedenvereniging is de koepel
voor de verschillende vakorganisaties in Arnhem. Hoop op Geregtigheid is aanvankelijk
zeer succesvol en kent een grote toeloop van leden. Scheepers is de eerste secretaris
van deze vereniging en blijft dat tot aan zijn dood in 1882.
Scheepers laat zich in de vroege Nederlandse arbeidersbeweging kennen als een gematigd
figuur. Hij is een progressief-liberaal, die de voorkeur geeft aan een nationale
stroming. Dit blijkt onder meer uit zijn toetreding tot het Comité ter bespreking
der Sociale Quaestie op 30 oktober 1870. Vanwege het Comité spreekt Scheepers
zich uit tegen het idee van een eigen vertegenwoordiging van de arbeidersklasse in
het parlement. Voortkomend uit dit Comité, dat in 1880 wordt ontbonden, wordt
op 18 mei 1879 het Comité voor Algemeen Stemrecht gesticht. Namens Hoop op
Geregtigheid neemt hij deel aan dit nieuwe comité. De invloed van dit comité
blijft echter gering.
Kort na het ontstaan van een Nederlandse afdeling van de Eerste Internationale in
1869 toont Scheepers zich afkerig van een aansluiting van de typografenbond bij de
Internationale. Met anderen, onder wie B.H. Heldt, heeft hij grote bezwaren tegen
het antigodsdienstige element binnen de Internationale. Op basis van dit argument
vindt hij de Internationale onaanvaardbaar. Hij hekelt de Internationale om haar
politieke opvattingen. De Nederlandse arbeider dient zich, aldus Scheepers, niet
met politieke kwesties te bemoeien. Met dit standpunt isoleert hij zich enigermate,
zelfs in eigen kring. In plaats van internationale aaneensluiting geeft hij de voorkeur
aan een louter nationale organisatie. Hij is van mening dat de arbeidersbeweging
in Nederland nog te zwak is om zich internationaal te organiseren. In 1871 is Scheepers,
als afgevaardigde van Hoop op Geregtigheid, naast Heldt en de Rotterdamse typograaf
Th. de Rot, betrokken bij de oprichting van het nationaal ingestelde Algemeen Nederlandsch
Werklieden-Verbond (ANWV). Hij wordt in het congresbureau gekozen en heeft vanaf
omstreeks 1877 tot aan zijn overlijden zitting in de Algemeene Raad, die naast het
Centraal Bestuur functioneert. In deze jaren houdt Scheepers zich bezig met het consolideren
van de bestaande activiteiten. Publicitair bepaalt hij zich tot artikelen in De Werkman
en De Werkmansbode, het weekblad van het ANWV en de uitgave (van 1872 tot 1876) van
De Batavier, een jaarboekje voor werklieden.8 Op 28 september 1876 treed
hij in het huwelijk met Antonia Cornelia Berendina van Heumen, met wie hij een dochter
en drie zoons krijgt. Scheepers is nog maar 43 jaar oud als hij op 26 januari 1882
overlijdt.
- hoop op 'verbroedering tusschen heeren en gezellen'
In 1869 gloort er enige hoop. Vanwege het voornemen om de Zegelwet af te schaffen,
een belasting op kranten, is er de hoop dat de werkloosheid onder zetters en drukkers
spoedig ten einde zal zijn. Er gaan geruchten dat er in Amsterdam en Arnhem nieuwe
dagbladen gaan verschijnen. En zowaar komen er besprekingen met de patroons op gang
voor het vaststellen van een algemeen landelijk loontarief. Een uitnodiging aan de
patroons om met de werknemers te overleggen heeft aanvankelijk succes, dat wil zeggen
in verschillende steden willen de patroons wel praten over een in te voeren loontarief.
Ook in Wageningen geven patroons en werklieden te kennen aan een algemene regeling
mee te willen werken. De ANTB staat een loon van É2,- per dag voor ogen. De Amsterdamse
patroons delen mee dat tarief wel te willen betalen, mits dat overal gaat gebeuren.
Het voornemen is om in alle plaatsen waar boekdrukkerijen zijn en een afdeling van
de bond bestaat, een tariefcommissie in te stellen bestaande uit drie patroons en
drie werklieden. In een aantal gemeenten, waaronder Wageningen, zijn de werklieden
die zitting zullen nemen in de tariefcommissie al aangewezen. Het vertrouwen op een
goed resultaat is alom aanwezig. In een manifest van de ANTB is te lezen: "De
verbroedering tusschen de typografen onderling en tusschen heeren en gezellen, is
thans geen droombeeld meer." Helaas worden de hooggespannen verwachtingen beschaamd.
Als de tariefcommissie te Amsterdam, die het voorbeeld moet zijn voor het hele land,
voor de eerste maal bijeenkomt laten de werkgevers verstek gaan. In Amsterdam breken
stakingen uit, die weliswaar verlopen, maar wel een positief effect hebben op de
lonen. Niet alleen in Amsterdam, maar ook elders stijgen de lonen uit vrees dat de
stakingen anders zullen overslaan.9 Van vakbondsactiviteiten in Wageningen
wordt daarna weinig meer vernomen. In 1872 is er sprake van een correspondentschap.10
Of er een afdeling van de ANTB bestaat tussen 1872 en 1895 is niet duidelijk. Voor
het eerst vernemen we weer iets van de afdeling, doordat ze vertegenwoordigd is op
het bondscongres op 2 juni 1895 te Nijmegen. Een jaar later is er zelfs sprake van
twee typografen verenigingen in Wageningen. Naast de afdeling van de ANTB verschijnt
op het Nationaal Congres voor typografen, die plaats vindt op 25 en 26 december 1896
in café Zincken te Amsterdam ook Door Samenwerking Eén een zieken-
en ondersteuningsfonds opgericht op 1 januari 1891. De vereniging telt in 1893 23
leden. Er is een samenhang met de Arnhemse typografen vereniging met dezelfde naam.11
Zo'n samenhang met de ontwikkeling in Arnhem zagen we al eerder bij de ANTB. Tussen
1870 en 1900 is nog een derde typografenorganisatie geweest. De typografen ziekenpot
'Laurens Jansz. Koster' is vooral met koppermaandag actief, maar is geen vakvereniging.12
- verplicht lidmaatschap
Dankzij een onderzoek op initiatief van de ANTB in 1907 krijgen we weer enige
informatie over de typografen in Wageningen. Er werken in dat jaar in Wageningen
38 letterzetters, waarvan er veertien tussen de 12 en 17 jaar oud zijn, zeven tussen
17 en 23 jaar en zeventien zijn ouder dan 23 jaar. De laatste groep is volwaardig
letterzetter en verdient gemiddeld per week É8,62. Slechts in plaatsen als Dalfsen,
Hoogeveen, Schagen en Veendam wordt minder betaald. Machinezetters en boekbinders
komen in Wageningen niet voor, wel een vijftal boekdrukkers waaronder twee vakvolwassen
werklieden die een loon van É8,75 verdienen. Ook bij de boekdrukkers hangt Wageningen
onder aan de loonschaal. In 1913 wordt het onderzoek herhaald en uit de resultaten
blijkt dat er in dat jaar 39 grafici zijn in Wageningen onder wie 4 drukkers en 1
machinezetter. De handzetters zijn dus nog steeds de omvangrijkste groep. De vakvolwassen
zetters verdienen nu gemiddeld É9,50. Aan de hand van de ledenstatistiek van de ANTB
kunnen we de grote van de afdeling en ledenverloop bepalen. Zoals we al eerder zagen
telt de afdeling in 1866/67 tien leden. Tot 1895 is het aantal leden onbekend. In
dat jaar telt de ANTB te Wageningen 12 leden. In 1901 is het aantal leden gedaald
tot vijf en dan vernemen wederom een aantal jaren niets over de omvang van het aantal
leden in Wageningen. De grote sprong voorwaarts vindt in 1912-1913 plaats. De afdeling
groeit dan in een klap van vijf naar 29 leden. Het afsluiten van een landelijke cao
met daarin opgenomen een verplicht lidmaatschap zal hier wel eens de verklaring voor
kunnen zijn.13
- Wageningsche Werkliedenvereeniging
J.Th. Scheepers, typograaf en J.Th. Potharst, meubelmaker nemen samen in 1869
in Arnhem het initiatief tot oprichting van de Algemeene Arbeidersvereeniging 'Hoop
op Geregtigheid' Potharst treed op de eerste goed bezochte ledenvergadering op als
spreker. Hij schetst het leven van de oppassende werkman die toch niet aan de armoede
kan ontkomen. De levensmiddelen zijn te duur en de lonen te laag. De vakvereniging
is hierop het antwoord. Potharst laat het niet alleen bij het gesproken woord, maar
gaat ook op pad. Op zijn initiatief komen er werkliedenverenigingen tot stand in
Velp, Brummen, Zutphen en Wageningen.14 Buiten het feit van oprichting
is er over de Wageningse Werkliedenvereniging niets bekend.
- Nut en Genoegen
Op 20 februari 1885 komen een aantal jonge werklieden bijeen in de bovenzaal
van café Berendsen aan de Markt en richten de werkliedenvereniging Nut en
Genoegen op. Zoals de naam al suggereert kent de vereniging twee doelstellingen.
Het genoegen krijgt vorm door het beoefenen van welsprekendheid en in het houden
van voordrachten in proza en poëzie. Het nut is een ziekenkas. De bedoeling
is de leden met een uitkering te steunen in geval van ziekte of ongeval. De kas verkrijgt
zijn inkomsten uit de contributie van de leden en uit de opbrengsten van de voordrachten.
De leden betalen zes cent contributie.15
Voor de toneelvoorstellingen wordt gerepeteerd in het kroegje van Mecheltje Iperenburg,
die de drijvende kracht is achter de toneelvoorstellingen. Het gaat goed met de vereniging,
na de start met 34 leden blijven nieuwe leden toestromen. In 1891 telt de vereniging
zo 'n 100 en in 1928 zo 'n 360 leden. De toneelvoorstellingen trekken volle zalen
en door de groei van de vereniging - en daarmee een ruimere keus uit het aanbod van
amateur toneelspelers - groeit ook de kwaliteit van de voorstellingen.16
Bij begrafenissen wordt door de vereniging ondersteuning gegeven in geld en door
middel van dragers. De leden van de vereniging zijn bij toerbeurt verplicht als drager
op te treden. Om al te grote risico's te vermijden is bij reglement bepaald dat om
lid te kunnen worden je niet ouder mag zijn dan 36 jaar. Wil je op oudere leeftijd
lid worden dan is ballotage vereist en een intreegeld van É1,00. Een dokterstest
kan door het bestuur worden verlangd. Tot het ziekenfonds worden alleen mannen toegelaten.
Vrouwen van 16 jaar en ouder kunnen alleen lid zijn van de toneelvereniging.17
Bij ziekte wordt aan de leden gedurende tien weken een uitkering gedaan van É3,-
per week. In 1911 wordt de uitkering verhoogd tot É3,50, maar in 1917 weer verlaagd
tot É3,00 per week. Deze verlaging zal ongetwijfeld ingegeven zijn vanwege de stevige
groei van het aantal uitkeringen. Is het aantal uitkeringsweken rond 1900 gemiddeld
80 per jaar in 1917 zijn dat er 150. De ziekengelduitkering is daarna nimmer meer
gewijzigd.18 Daar staat tegenover dat de contributie van zes cent per
week ook heel lang ongewijzigd blijft. Eerst in 1926 wordt de contributie met twee
cent per week verhoogd tot acht cent per week behoudens voor enkele oudgedienden,
die zes cent mogen blijven betalen.19 Een tweede contributieverhoging
van twee cent volgt in 1937. Het dubbeltje contributie moet ook in 1950 nog worden
betaald, zei het dat de weekinning in een maand inning is omgezet. De belangstelling
voor Nut en genoegen is echter tanende. Het aantal betalende leden bedraagt nog maar
ruim 150.
De vereniging heeft zeer lang bestaan en vrijwel tot aan zijn opheffing in 1982 uitkeringen
versterkt. De verbeterde sociale verzekeringen maakte dat eigenlijk niet meer nodig,
maar de symboliek en de traditie wilde men in stand houden. Nut en Genoegen komt
aan zijn einde doordat de belangstelling terugloopt. De vereniging vergrijst en nieuwe
aanwas is er niet meer. Jonge mensen hebben andere belangstellingen.20
Op vrijdag 7 mei 1982 wordt Wagenings oudst bestaande vereniging opgeheven. Op een
tentoonstelling in 't Hoekje op 25 en 26 juni worden archiefstukken tentoongesteld.
Een waardig afscheid van een organisatie die zovele plezier heeft verschaft en steun
heeft geboden. Enige dagen na de tentoonstelling is het archief en enige attributen
overgedragen aan het gemeentearchief.21 Het vaandel van Nut en Genoegen
siert een wand in het museum De Casteelse Poort. |
| |
- G. Goossen Jzn., Geschiedenis
van Wageningen (19772) p.71
- A. Rietveld, Achteraf bekeken.
Wageningen, brandende wielen en hete hangijzers (Oosterbeek 1999) p. 32-36
- J. van Genabeek, Met vereende
kracht risico's verzacht (Amsterdam 1999) p.148
- F. van der Wal, De oudste vakbond
van ons land. Ontstaan en vijftigjarige werkzaamheid van den Algemeene Nederl. Typografenbond
(Amsterdam 1916) p. 27
- M. Schouten, De socialen zijn
in aantogt. De Nederlandse arbeidersbeweging in de negentiende eeuw (Amsterdam 1976)
p. 81-85
- F. van der Wal, De oudste vakbond
van ons land. Ontstaan en vijftigjarige werkzaamheid van den Algemeene Nederl. Typografenbond
(Amsterdam 1916) p. 32
- D. Hudig Jr., De vakbeweging
in Nederland 1866-1878 (Amsterdam 1904) p. 47
- Kees de Blaaij, 'Scheepers, Johannes
Theodorus' in: Biografische woordenboek van het socialisme en de arbeidersbeweging
in Nederland (Amsterdam 1987) deel 2 p. 144-145
- F. van der Wal, De oudste vakbond
van ons land. Ontstaan en vijftigjarige werkzaamheid van den Algemeene Nederl. Typografenbond
(Amsterdam 1916) p. 40-43
- D. Hudig Jr., De vakbeweging
in Nederland 1866-1878 (Amsterdam 1904) p. 117
- E. van Laar, Hoop op Gerechtigheid.
De arbeiders en hun organisaties in Arnhem gedurende de tweede helft van de negentiende
eeuw (Arnhem 1966) p. 84.
- Jaarverslagen ANGB-Wageningen
1947-1951
- F. van der Wal, De oudste vakbond
van ons land. Ontstaan en vijftigjarige werkzaamheid van den Algemeene Nederl. Typografenbond
(Amsterdam 1916) p. 173, 223, 229, 249
- J. Houkes, 'Potharst, Johannes
Theodorus' in: Biografisch woordenboek van het socialisme en de arbeidersbeweging
in Nederland (Amsterdam 2000) deel 8 p.209
- Archief Werkliedenvereeniging
'Nut en Genoegen' in: Gemeentearchief Wageningen. Inv. Nr. 2 Reglement der werklieden-vereeniging
"Nut en Genoegen" te Wageningen
- A.G. Steenbergen, 'Nut en Genoegen
opgeheven' in: Mededelingen van de Vereniging "Oud-Wageningen" (Wageningen
1982) Nr. 3, p. 48
- Archief Werkliedenvereeniging
'Nut en Genoegen' in: Gemeentearchief Wageningen., Inv. Nr. 2 Reglement der werklieden-vereeniging
"Nut en Genoegen" te Wageningen
- Idem, Inv. Nr. 3 t/m 6 kasboeken
1899 - 1953
- Idem, Inv. Nr. 13 contributieboek
1922-1928
- A. Rietveld, Achteraf bekeken.
Wageningen, brandende wielen en hete hangijzers (Oosterbeek 1999) p. 37-38
- A.G. Steenbergen, 'Nut en Genoegen
opgeheven' in: Mededelingen van de Vereniging "Oud-Wageningen" (Wageningen
1982) Nr. 3, p. 48
|
| |
| De tekst van Vroege organisaties
kunt u downloaden als vroegeorganisaties.doc of vroegeorganisaties.pdf |
| |
|
|
|
|